De uitdrukking 'het rijk waar de zon nooit ondergaat' betekende dat het Britse Rijk zo enorm groot was dat het zich over vele verschillende tijdzones uitstrekte, waardoor er altijd wel ergens binnen het rijk de zon scheen. Deze ongekende geografische spreiding en macht gaf de Britten een sterk gevoel van superioriteit. Ze zagen zichzelf als het machtigste rijk op aarde en voelden zich verheven boven andere volkeren.
Dit superioriteitsgevoel uitte zich in een 'beschavingsmissie', waarbij de Britten het als hun taak zagen om de wereld naar hun eigen Britse model te 'beschaven'. In koloniën zoals India probeerden zij hun cultuur en manier van leven over te brengen. Concreet voerden zij hun eigen taal (Engels) en rechtssysteem in. Ook stimuleerden ze Brits onderwijs, waarbij de Indiase elite de kans kreeg Brits onderwijs te volgen en zelfs aan Britse universiteiten te studeren. Deze maatregelen waren bedoeld om Britse normen en waarden te verspreiden. Hoewel India ook aantrekkelijk was vanwege zijn grondstoffen, als afzetmarkt en door zijn strategische ligging, was de 'beschavingsmissie' een cruciaal aspect van hoe de Britten zichzelf zagen en handelden.