De Koude Oorlog (ongeveer 1947-1991) was een periode van grote spanningen en ideologische strijd tussen het Oostblok (geleid door de communistische Sovjet-Unie) en het Westblok (geleid door de kapitalistische Verenigde Staten). Deze periode werd gevormd door de beslissingen en acties van verschillende belangrijke leiders aan beide zijden.
Aan de zijde van de Verenigde Staten (Westblok):
- Harry S. Truman (president 1945-1953): Hij was president aan het begin van de Koude Oorlog en formuleerde de Truman Doctrine, die steun beloofde aan landen die bedreigd werden door het communisme. Hij was ook verantwoordelijk voor het Marshallplan, een economisch hulpprogramma voor Europa.
- Dwight D. Eisenhower (president 1953-1961): Tijdens zijn presidentschap lag de focus op "containment" (indamming) van het communisme en de ontwikkeling van nucleaire afschrikking.
- John F. Kennedy (president 1961-1963): Hij speelde een cruciale rol tijdens de Cubacrisis in 1962, een van de gevaarlijkste momenten van de Koude Oorlog, waarbij de wereld dicht bij een kernoorlog kwam.
- Ronald Reagan (president 1981-1989): Hij voerde een harde lijn tegen de Sovjet-Unie, noemde het "het kwaadaardige rijk" en lanceerde het Strategic Defense Initiative (SDI), wat de druk op de Sovjet-Unie verder opvoerde.
Aan de zijde van de Sovjet-Unie (Oostblok):
- Jozef Stalin (leider tot 1953): Als dictator van de Sovjet-Unie aan het begin van de Koude Oorlog, was hij verantwoordelijk voor de blokkade van Berlijn en de consolidatie van het Oostblok.
- Nikita Chroesjtsjov (leider 1953-1964): Hij volgde Stalin op en begon een periode van "destalinisatie". Hij was ook de leider van de Sovjet-Unie tijdens de Cubacrisis.
- Leonid Brezjnev (leider 1964-1982): Zijn periode werd gekenmerkt door de Brezjnevdoctrine, die inhield dat de Sovjet-Unie het recht had om in te grijpen in communistische landen waar het socialisme bedreigd werd. Dit leidde tot de onderdrukking van de Praagse Lente.
- Michail Gorbatsjov (leider 1985-1991): Hij introduceerde belangrijke hervormingen zoals "glasnost" (openheid) en "perestrojka" (economische herstructurering). Zijn beleid leidde uiteindelijk tot het einde van de Koude Oorlog en de val van de Sovjet-Unie.
Deze leiders namen beslissingen die de loop van de Koude Oorlog en de wereldgeschiedenis diepgaand beïnvloedden.