Thema 1 biologie planten en dieren
Publiek
3
Woorden in deze lijst (60)
Origineel
- Groei
- Het groter en zwaarder worden van een organisme.
- Ontwikkeling
- De bouw van een organisme verandert.
- Zaadhuid
- Beschermt het zaad.
- Navel
- Hier zat het zaad vast in de vrucht.
- Poortje
- Hierdoor neemt het zaad water op.
- Kiem
- Het begin van een nieuwe plant.
- Zaadlobben
- Hierin is reservevoedsel opgeslagen.
- Kieming
- Een zaad neemt water op, de zaadhuid barst open.
- Kiemplant
- Het kleine plantje dat ontstaat bij de kieming.
- Organisme
- Een levend wezen.
- Levenskenmerken
- De zeven kenmerken van het leven: ademhalen, voeden, uitscheiden, waarnemen, bewegen, voortplanten en groeien.
- Levend
- Iets wat levenskenmerken heeft.
- Dood
- Iets wat geen levenskenmerken meer heeft en vroeger heeft geleefd.
- Levenloos
- Iets wat nooit heeft geleefd.
- Puberteit
- De tijd tussen het 12e en 16e levensjaar waarin de bouw van het lichaam, het verstand en de gevoelens sterk veranderen.
- Lichamelijke ontwikkeling
- Verandering in de bouw van het lichaam.
- Geestelijke ontwikkeling
- Ontwikkeling van het verstand, het gevoelsleven en de persoonlijkheid.
- Motorische ontwikkeling
- Ontwikkeling waarbij je bepaalde bewegingen leert, zoals lopen.
- Levensfasen
- De acht verschillende perioden waarin een mensenleven wordt ingedeeld.
- Baby
- De eerste levensfase van een mens, die duurt vanaf de geboorte tot ongeveer anderhalf jaar.
- Groeispurt
- Een periode van snelle groei.
- Peuters
- Kinderen in de leeftijd van 1,5 tot 4 jaar.
- Kleuters
- Kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar.
- Schoolkind
- Een kind in de leeftijd van 6 tot 12 jaar.
- Pubers
- Mensen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar bij wie de voortplantingsorganen beginnen te functioneren.
- Adolescent
- Iemand in de leeftijd van ongeveer 16 tot 21 jaar die leert zelfstandig te zijn.
- Volwassene
- Iemand in de levensfase van ongeveer 21 tot 65 jaar die geheel zelfstandig is.
- Oudere
- Iemand vanaf ongeveer 65 jaar, ook wel bejaarde genoemd.
- Aanpassingen
- Kenmerken van organismen die te maken hebben met functies zoals ademhaling, voeding of verdediging, waardoor zij beter kunnen overleven in hun leefomgeving.
- Gestroomlijnd
- Lichaamsvorm waarbij de kop, romp en staart geleidelijk in elkaar overgaan, waardoor er weinig weerstand is bij het voortbewegen door water of lucht.
- Kegelsnavel
- Korte snavel waarmee een vogel veel kracht kan zetten om zaden te eten.
- Pincetsnavel
- Puntige snavel waarmee een vogel goed insecten kan vangen, bijvoorbeeld uit spleten.
- Haaksnavel
- Scherpe snavel die geschikt is om prooidieren in stukken te scheuren.
- Priemsnavel
- Snavel die geschikt is om diep in een natte bodem te prikken naar bodemdiertjes.
- Zeefsnavel
- Snavel waarmee watervogels water innemen en weer naar buiten persen om plankton uit het water te filteren.
- Plankton
- Heel kleine diertjes en plantjes die in het water leven.
- Zoolgangers
- Dieren die op hun hele voetzool lopen, wat handig is op een zachte ondergrond.
- Teengangers
- Dieren die op hun tenen lopen.
- Topgangers
- Dieren die op de toppen van hun tenen lopen, wat optimaal is voor een harde ondergrond.
- Hoefgangers
- Topgangers waarbij de toppen van de tenen zijn bedekt met hoeven.
- Schutkleur
- Aanpassing waarbij een dier bijna onzichtbaar is voor vijanden doordat de kleur lijkt op de omgeving.
- Bladrozet
- Dichte kring van bladeren dicht bij de grond waarmee een plant andere planten verdringt.
- Steppenroller
- Het bovengrondse deel van een plant dat na verdroging afbreekt en door de wind wordt voortgerold om zaden te verspreiden.
- Larve
- Een jong dier dat er anders uitziet dan een volwassen dier.
- Metamorfose (gedaantewisseling)
- Proces waarbij de lichaamsbouw en de leefwijze van een dier veranderen tijdens de overgang naar een volwassen dier.
- Stadia
- Fasen in het leven van een dier dat een metamorfose ondergaat.
- Cocon
- Het omhulsel dat een rups om zijn lichaam vormt.
- Pop
- Het stadium in de levenscyclus van een insect waarbij een rups met een cocon om zich heen verandert in een volwassen dier.
- Imago
- Een volwassen insect.
- Kikkerdril
- Eieren van een kikker die in een kluit aan elkaar plakken.
- Kikkervisje (dikkopje)
- De larve van een kikker die uit het ei komt.
- Uitwendige kieuwen
- Vertakte aanhangsels opzij van de kop waarmee een kikkervisje zuurstof opneemt uit het water.
- Inwendige kieuwen
- Kieuwen binnen het lichaam die de uitwendige kieuwen vervangen naarmate het kikkervisje groeit.
- Neet
- Een eitje van een hoofdluis.
- Nimf
- Een jonge luis die al veel lijkt op een volwassen hoofdluis.
- Voedingsstoffen
- Stoffen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling van je lichaam.
- Glucose
- Een soort suiker die veel energie bevat en die een plant zelf maakt.
- Fotosynthese
- Het proces waarbij een plant glucose maakt met behulp van energie uit licht.
- Fossiele brandstoffen
- Brandstoffen die zijn gevormd uit resten van dode organismen van miljoenen jaren geleden.
- Grondstoffen
- De stoffen waarvan producten worden gemaakt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–