Katern 7 Welvaart en groei - 4/5/6 vwo (7e editie) - 2.1 Belasting betalen
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- directe belastingen
- Directe belastingen zijn belastingen op naam.
- indirecte belastingen
- Indirecte belastingen zijn belastingen op producten en diensten en gaan via het kopen van producten en diensten naar de belastingdienst.
- degressief tarief
- Tarief waarbij hogere inkomens in vergelijking met lagere inkomens procentueel minder belasting betalen.
- gemiddelde belastingdruk
- Belastingbedrag uitgedrukt in een percentage van het inkomen.
- proportioneel tarief
- Tarief waarbij het percentage belasting voor iedereen hetzelfde is, een voorbeeld is de vlaktaks.
- vlaktaks
- Tarief waarbij het percentage belasting voor iedereen hetzelfde is.
- progressief tarief
- Tarief waarbij hogere inkomens in vergelijking met lagere inkomens procentueel meer belasting betalen.
- loonheffing
- Loonheffing is belasting op arbeid. Deze bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen.
- boxenstelsel
- Belastingstelsel waarbij de inkomens ingedeeld worden in boxen elk met een eigen belastingtarief.
- hypotheekrenteaftrek
- Hypotheekrente die, voor het berekenen van de te betalen belasting, van het inkomen afgetrokken mag worden.
- negatieve inkomstenbelasting
- Subsidie van de overheid om een bepaald minimuminkomen na belastingheffing te garanderen.
- marginaal tarief
- Het marginale tarief is het tarief dat geldt als iemand meer gaat verdienen.
- heffingskorting
- Vrijstelling voor een verschuldigd belastingbedrag.