Opkomst van het nationaalsocialisme
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)
- De politieke partij van Adolf Hitler. Aanhangers van deze partij heetten nationaalsocialisten of nazi’s.
- rassenleer
- Het idee dat er verschillende rassen zijn en dat het ene ras beter is dan het andere.
- antisemitisme
- Haat tegen Joden.
- totalitaire staat
- Een staat waarin het leven van de inwoners volledig wordt beheerst door de staat.
- persoonsverheerlijking
- Een mens als een soort god vereren.
- dictatuur
- Een manier van regeren waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft.
- gelijkschakeling
- De regering probeerde de gedachten en het gedrag van de bevolking te controleren en aan te passen aan de ideeén van de nazi’s.
- indoctrinatie
- Continu proberen je mening en ideeén aan anderen op te dringen door eenzijdige, partijdige informatie te geven.
- Hitlerjugend
- Jeugdorganisatie van de nazi’s, waarin jongens leerden marcheren en met wapens om te gaan. Zo werden ze voorbereid op het leger.
- Bund Deutscher Mädel
- Jeugdorganisatie van de nazi’s, waarin meisjes leerden hoe ze hun taak als moeder en huisvrouw moesten vervullen.
- Gestapo
- De geheime staatspolitie in nazi-Duitsland.
- SA
- Knokploegen met de taak om de bevolking en politieke tegenstanders in nazi-Duitsland te intimideren.
- SS
- In het begin een soort lijfwacht om belangrijke partijleden, zoals Adolf Hitler, te beschermen.
- Neurenberger rassenwetten
- Discriminerende wetten uit 1935 tegen Joden in Duitsland.
- Kristallnacht
- In deze nacht van 9 op 10 november 1938 gooiden nazi’s winkelruiten van Joodse eigenaars kapot, staken ze Joodse gebedsgebouwen in brand en sloegen ze Joden in elkaar.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–