Begrippen: Geld voor de overheid
Publiek
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- btw (belasting toegevoegde waarde)
- Belasting die wordt betaald bij de aankoop van goederen en diensten
- toegevoegde waarde
- Het verschil tussen de verkoopopbrengst en de inkopen bij andere bedrijven
- accijns
- Belasting waarmee de overheid de consumptie van goederen afremt
- Belasting en de auto
- Belasting op het bezit van motorvoertuigen
- houderschapsbelasting
- Belasting op het bezit van goederen
- onroerendzaakbelasting (OZB)
- Belasting die gemeenten opleggen aan eigenaren van huizen en andere gebouwen
- WOZ-waarde
- De door de gemeente vastgestelde waarde van een huis of een ander gebouw
- loonheffing
- Bedrag dat de werkgever inhoudt op het brutoloon
- jaaropgave
- Overzicht dat de werkgever geeft van het loon en de ingehouden loonheffing in een jaar
- belastbaar inkomen
- Het inkomen waarop het tarief van de inkomstenbelasting en premies volksverzekering van toepassing is
- Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
- Bedrag dat de overheid van iedereen met een inkomen vraagt
- heffingskortingen
- Bedragen die in mindering worden gebracht op de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen
- eigenwoningforfait
- Een bedrag dat huiseigenaren die in hun eigen huis wonen, bij hun inkomsten in box 1 moeten optellen
- heffingsgrondslag
- Een bedrag dat als uitgangspunt dient voor de berekening van een belasting of heffing
- aftrekposten
- bedragen die van de inkomsten afgaan vóór de berekening van de inkomstenbelasting
- schijventarief
- De belastingpercentages op de verschillende delen van het belastbaar inkomen in box 1
- progressieve belastingheffing
- Het belastingpercentage stijgt naarmate de inkomsten hoger zijn
- draagkrachtbeginsel
- De belasting is hoger voor mensen met een hoger inkomen
- degressieve belastingheffing
- Het belastingpercentage daalt naarmate de inkomsten hoger zijn
- vennootschapsbelasting
- Belasting over de winst van een bv of nv
- proportionele belastingheffing
- Het belastingpercentage blijft gelijk,zowel bij een laag als een hoog inkomen
- vermogensrendementsheffing
- De belasting die spaarders en beleggers moeten betalen over het rendement van hun vermogen
- Bruto-inkomen
- Inkomen voordat de belasting en sociale premies eraf zijn
- Besteedbaar inkomen
- Inkomen dat overblijft nadat van het bruto-inkomen de belasting en sociale premies zijn afgehaald
- begrotingstekort
- De verwachte uitgaven zijn hoger dan de verwachte inkomsten
- begrotingsoverschot
- De verwachte uitgaven zijn lager dan de verwachte inkomsten
- staatsschuld
- Schuld van de rijksoverheid
- niet-belastingmiddelen
- Alle inkomsten van de overheid die geen belastingen of sociale premies zijn
- profijtbeginsel
- De overheid vraagt belasting van de mensen en bedrijven die profiteren van overheidsdiensten
- solidariteitsbeginsel
- De overheid gebruikt belasting voor uitkeringen van mensen die geen of een laag inkomen hebben