Leerstofoverzicht - Begrippen H3
Publiek
3
Woorden in deze lijst (47)
Origineel
- aardalkalimetalen
- De elementen uit groep 2 van het periodiek systeem./
ze zijn erg reactief en vormen metaaloxides, waarin de metaalatomen en de zuurstofatomen in een verhouding 1:1 voorkomen. - alkalimetalen
- De elementen uit groep 1 van het periodiek systeem./
Ze reageren zeer heftig met water. - atoomare massa-eenheid,u (unit)
- Dit is de massa-eenheid waarin een proton, neutron en elektron wordt uitgedrukt./
1,0 u = 1,66·10^-27 kg. - atoomkern
- Positief geladen centrum van het atoom./
De atoomkern bestaat uit positief geladen protonen met daartussen ongeladen neutronen. - atoomnummer
- Het aantal protonen in de atoomkern van een atoom.
- edelgassen
- De elementen uit groep 18./
Ze worden edel genoemd, omdat ze niet of nauwelijks reageren. - elektronen
- Negatief geladen atoomdeeltjes met een zeer kleine massa, die zich in vaste banen rond de atoomkern bewegen.
- elektronenschillen
- Vaste banen waarin de elektronen zich bevinden.
- periode
- Een horizontale rij van elementen op volgorde van atoomnummer in het periodiek systeem.
- periodiek systeem
- Een methode van rangschikking van elementen op basis van atoomnummer en stofeigenschappen.
- protonen
- Positief geladen kerndeeltjes met een massa van 1,0 u.
- groep
- Een groep is een kolom in het periodiek systeem met elementen met soortgelijke eigenschappen.
- halogenen
- De elementen uit groep 17 van het periodiek systeem./
Ze hebben als element twee-atomige moleculen en reageren heftig met metalen. - isotopen
- Atomen van hetzelfde element met een verschillend aantal neutronen in de kern.
- massagetal
- Het massagetal is de som van het aantal protonen en het aantal neutronen in de atoomkern.
- metalen
- Atoomsoorten die links staan in het periodiek systeem./
Ze vormen positieve ionen. - metalloïden
- Een aantal elementen uit het periodiek systeem die zowel metaal- als niet-metaal eigenschappen bezitten.
- neutronen
- Neutraal geladen kerndeeltjes met een massa van 1,0 u.
- niet-metalen
- Atoomsoorten die rechts staan in het periodiek systeem./
Ze vormen moleculaire stoffen en negatieve ionen. - alliage
- Mengsels van samengesmolten metalen./
Wordt ook wel legering genoemd. - corrosie
- Het proces waarbij metalen reageren met zuurstof en water uit de lucht.
- edelmetalen
- Metalen die niet of nauwelijks worden aangetast door de stoffen uit de lucht./
Dit zijn de metalen goud, zilver en platina. - ionbinding
- De aantrekkingskracht tussen positief geladen en negatief geladen ionen in een zout./
Deze binding is sterk. - ionen
- Geladen atomen of groepjes van atomen./
Het aantal protonen in deze deeltjes is niet gelijk aan het aantal elektronen. - ionrooster
- Het rooster van een vast zout met afwisselend positief en negatief geladen ionen.
- legering
- Mengsel van samengesmolten metalen./
Wordt ook wel alliage genoemd. - metaalbinding
- De binding die voorkomt in een metaal./
Het is een sterke binding die ontstaat door de aantrekkingskracht van de vrije elektronen en de positief geladen atoomresten. - metaalrooster
- Het rooster van een metaal in de vaste fase./
Het metaalrooster is opgebouwd uit positief geladen atoomresten met daartussen negatief geladen vrije elektronen. - metalen (bij 3.2)
- Een groep stoffen die zijn opgebouwd uit metaalatomen, elektrische stroom geleiden in de vaste en vloeibare fase, een hoog smelt- en kookpunt, een glanzend uiterlijk hebben en vervormbaar zijn bij hogere temperaturen.
- moleculaire stoffen
- Stoffen die geen elektrische stroom geleiden in de vaste of vloeibare fase./
Ze zijn opgebouwd uit niet-metaalatomen. - onedele metalen
- Metalen die door stoffen uit de lucht worden aangetast, zoals ijzer en zink.
- roest
- Een andere naam voor corrosie van ijzer.
- zeer onedele metalen
- Metalen die zeer heftig reageren met water, waarbij vuurverschijnselen optreden, zoals natrium en kalium.
- zouten
- Een groep stoffen die zijn opgebouwd uit ionen./
Zouten geleiden stroom in de vloeibare en opgeloste fase, maar niet in de vaste fase./ Zouten zijn opgebouwd uit zowel metaal- als niet-metaalatomen. - atoombinding
- De binding tussen twee atomen./
Een atoombinding ontstaat door een gemeenschappelijk elektronenpaar tussen de twee atomen. - covalen te binding
- De covalente binding is een andere naam voor de atoombinding.
- covalentie
- Covalentie is het aantal atoombindingen dat een atoom kan vormen.
- gemeenschappelijk elektronenpaar
- Een gedeeld elektronenpaar tussen twee atomen.
- molecuulrooster
- Het rooster van moleculen van een moleculaire stof in de vaste fase.
- structuurformule
- Een simpele weergave van een molecuul./
In een structuurformule wordt duidelijk gemaakt hoe de atomen in een molecuul onderling verbonden zijn. - vanderwaalsbinding
- De binding die de moleculen bij elkaar houdt in de vaste en vloeibare fase./
De sterkte van de vanderwaalsbinding is afhankelijk van de molecuulmassa. - chemische hoeveelheid,n
- Een grootheid die de hoeveelheid stof aangeeft uitgedrukt in mol.
- constante van Avogadro,NA
- Het getal 6,02·10^23./
Het komt overeen met het aantal deeltjes in een mol. - hoeveelheid stof,N
- Een grootheid die de hoeveelheid deeltjes aangeeft in stuks.
- mol
- De eenheid van de grootheid chemische hoeveelheid./
Een mol komt overeen met een aantal van 6,02·10^23 deeltjes. - molaire massa,M
- De massa van een mol stof met als eenheid g/
mol. - relatieve atoommassa
- Het gewogen gemiddelde van de isotopen van een atoomsoort./
Het wordt berekend met behulp van het voorkomen in de natuur van de isotopen en de massa’s van de desbetreffende isotopen.