BIO Begrippenlijst H5 - Waarneming, gedrag en regeling

Publiek
1
Woorden in deze lijst (98)
Origineel
- Zintuig
- orgaan dat prikkels waarneemt
- Prikkel
- invloed uit de omgeving op een organisme
- Zintuigcellen
- cellen die prikkels opvangen en omzetten in impulsen
- Impulsen
- elektrische signalen in zenuwen
- Zintuigenstelsel
- alle zintuigen samen
- Warmtezintuigen
- zintuigen die warmte waarnemen
- Koudezintuigen
- zintuigen die kou waarnemen
- Drukzintuigen
- zintuigen die druk waarnemen
- Tastzintuigen
- zintuigen die lichte aanraking waarnemen
- Pijnpunten
- zintuigen die pijn waarnemen
- Opperhuid
- bovenste laag van de huid
- Hoornlaag
- laag met dode cellen die beschermt
- Kiemlaag
- laag waarin nieuwe huidcellen worden gemaakt
- Lederhuid
- huidlaag met zintuigen en bloedvaten
- Zweetklieren
- klieren die zweet produceren
- Haarzakje
- plaats waar een haar groeit
- Talgklieren
- klieren die talg maken
- Onderhuids bindweefsel
- laag met vet voor isolatie en opslag
- Brandwond
- beschadiging van de huid door hitte of andere oorzaken
- Reukzintuigen
- zintuigen waarmee je geuren waarneemt
- Smaakzintuigen
- zintuigen waarmee je smaken waarneemt
- Smaakknopjes
- groepjes smaakzintuigcellen
- Gehoorzintuigen
- zintuigen die geluid waarnemen
- Oorschelp
- vangt geluidsgolven op
- Gehoorgang
- buis die geluid naar het trommelvlies leidt
- Trommelvlies
- vlies dat gaat trillen door geluid
- Oorsmeerkliertjes
- maken oorsmeer
- Trommelholte
- ruimte achter het trommelvlies
- Gehoorbeentjes
- versterken geluidstrillingen
- Slakkenhuis
- deel met zintuigcellen voor horen
- Gehoorzenuw
- vervoert impulsen naar de hersenen
- Buis van Eustachius
- verbindt oor met keelholte
- Harde oogvlies
- stevige buitenlaag van het oog
- Oogspieren
- bewegen het oog
- Iris
- regelt de hoeveelheid licht
- Pupil
- opening waardoor licht binnenkomt
- Hoornvlies
- doorzichtig deel aan de voorkant
- Traanklieren
- maken traanvocht
- Glasachtig lichaam
- geleiachtige vulling van het oog
- Lens
- zorgt voor scherp beeld
- Vaatvlies
- voorziet het oog van voedingsstoffen
- Netvlies
- bevat lichtgevoelige cellen
- Oogzenuw
- voert impulsen naar de hersenen
- Gele vlek
- plaats waar je scherp ziet
- Blinde vlek
- plek zonder zintuigcellen
- Pupilreflex
- automatische aanpassing aan licht
- Bijziend
- dichtbij scherp zien en veraf wazig
- Holle lenzen
- lenzen die bijziendheid corrigeren
- Verziend
- veraf scherp zien en dichtbij wazig
- Bolle lenzen
- lenzen die verziendheid corrigeren
- Centrale zenuwstelsel
- hersenen en ruggenmerg
- Ruggenmerg
- geleidt impulsen en regelt reflexen
- Klier
- orgaan dat stoffen maakt en afgeeft
- Zenuwcellen
- cellen die impulsen geleiden
- Cellichaam
- deel van een zenuwcel met de kern
- Uitlopers
- delen van zenuwcellen die impulsen geleiden
- Zenuw
- bundel van uitlopers
- Bewuste reactie
- reactie die via de hersenen verloopt
- Reflex
- snelle en onbewuste reactie
- Schakelcellen
- verbinden zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel
- Reflexboog
- weg die impulsen afleggen bij een reflex
- Handelingen
- wat een organisme doet
- Gedragsketen
- reeks opeenvolgende handelingen
- Respons
- reactie op een prikkel
- Inwendige prikkel
- prikkel vanuit het lichaam
- Uitwendige prikkel
- prikkel uit de omgeving
- Motivatie
- bereidheid om gedrag te vertonen
- Aangeboren gedrag
- gedrag dat je vanaf je geboorte hebt
- Aangeleerd gedrag
- gedrag dat je hebt geleerd
- Sociaal gedrag
- gedrag tussen soortgenoten
- Signaal
- prikkel die gedrag van soortgenoten beïnvloedt
- Waarden
- wat mensen belangrijk vinden
- Normen
- regels voor gedrag
- Observatie
- het waarnemen van gedrag
- Interpretatie
- uitleg die je aan gedrag geeft
- Hormoonstelsel
- alle hormoonklieren samen
- Hormonen
- stoffen die processen in het lichaam regelen
- Bloedsuikerspiegel
- hoeveelheid glucose in het bloed
- Eilandjes van Langerhans
- maken insuline en glucagon
- Insuline
- verlaagt de bloedsuikerspiegel
- Glycogeen
- opslagvorm van glucose
- Glucagon
- verhoogt de bloedsuikerspiegel
- Terugkoppeling
- regeling waarbij het lichaam zichzelf bijstuurt
- Adrenaline
- hormoon dat het lichaam actief maakt
- Drempelwaarde
- minimale sterkte van een prikkel
- Impulsfrequentie
- aantal impulsen per seconde
- Adequate prikkel
- prikkel waarop een zintuig het best reageert
- Gewenning
- minder reageren op een constante prikkel
- Gevoelszenuwcellen
- geleiden impulsen naar het centrale zenuwstelsel
- Bewegingszenuwcellen
- geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel
- Schakelcellen
- verbinden zenuwcellen binnen het centrale zenuwstelsel
- Geluidsfrequentie
- aantal trillingen per seconde
- Hertz
- eenheid van frequentie
- Amplitude
- sterkte van de trilling
- Volume
- hoe hard een geluid is
- Decibel
- eenheid voor geluidssterkte
- Basilair membraan
- deel in het oor dat trilt bij geluid
- Blootstellingsduur
- hoe lang je geluid hoort