Begrippen: Thuis in geldzaken
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- directe ruil (ruil in natura)
- De ruil van goederen en diensten zonder geld.
- indirecte ruil
- De ruil van goederen en diensten tegen geld.
- arbeidsverdeling
- Verdeling van werk of productie, waarbij iedereen een eigen taak heeft.
- chartaal geld
- Munten en bankbiljetten.
- giraal geld
- Geld dat bij de banken op een betaalrekening staat.
- betaalpas
- Een pas van de bank waarmee je geld kunt opnemen en betalen.
- creditcard
- Een betaalpas waarbij de afrekening (van een betaling of geldopname) pas later gebeurt.
- debetsaldo
- Het tekort op je bankrekening (rood staan).
- debetrente
- Rente die de bank vraagt omdat je een tekort hebt op je bankrekening.
- creditsaldo
- Het tegoed op je bankrekening (in de plus staan).
- creditrente
- Rente die je van de bank krijgt omdat je een tegoed hebt op je bankrekening.
- samengestelde interest
- De interest (rente) over een spaarbedrag plus de bijgeschreven rente in vorige periodes.
- enkelvoudige interest
- De rente over een spaarbedrag gedurende een periode korter dan een jaar.
- looptijd
- De periode waarin je geld leent of geld spaart.
- depositosparen
- Manier van sparen waarbij spaargeld gedurende de looptijd niet (zonder boete) opgevraagd kan worden.
- koopkracht
- De hoeveelheid goederen en diensten die je van je geld kunt kopen.
- inflatie
- De gemiddelde stijging van de prijzen.
- aandeel
- Waardepapier waaruit blijkt dat iemand mede-eigenaar is van een bedrijf.
- aandelenkoers
- De prijs van een aandeel op een bepaald moment.
- beleggingsfonds
- Instelling die geld van beleggers in aandelen, obligaties of andere waardepapieren belegt.
- dividend
- Een winstuitkering van een bedrijf aan zijn aandeelhouders.
- obligatie
- Waardepapier waaruit blijkt dat een bedrijf of de overheid geld schuldig is aan de eigenaar van dat waardepapier.
- krediet
- Een geldlening.
- aflossen
- Terugbetalen van geleend geld.
- persoonlijke lening
- Een lening die in een afgesproken aantal vaste termijnen wordt afbetaald.
- termijn
- Het bedrag dat iemand regelmatig moet betalen.
- effectieve rente
- De rente inclusief de bijkomende kosten van een lening.
- koop op afbetaling
- Een aankoop waarbij de koper het bedrag van de aankoop leent van de verkoper.
- doorlopend krediet
- Een lening waarbij de lener tot een bepaald maximumbedrag (kredietlimiet) mag lenen.
- kredietlimiet
- Het maximale bedrag dat de lener kan lenen bij een doorlopend krediet.
- huurkoop
- Een koop op afbetaling waarbij de koper pas eigenaar wordt als de lening helemaal is afgelost.
- leasing
- De huur van (duurzame) goederen gedurende langere tijd.