Katern 8 Goede tijden, slechte tijden - 4/5/6 vwo (7e editie) - 1.1 De conjunctuur
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- feitelijke groei bbp
- De groei van het bbp (gemeten in procenten ten opzichte van een vorige periode).
- potentiële groei bbp
- De potentiële groei geeft aan hoeveel de economie kan groeien gegeven de groei van de productiecapaciteit.
- output gap
- Het verschil tussen de potentiële groei en de feitelijke groei van het bbp.
- trend/
matige ontwikkeling - Verwachte gemiddelde economische groei, op basis van historische trend en economische vooruitzichten.
- conjunctuurbeweging/
conjunctuurgolf - De veranderingen in de productiegroei van een economie.
- laagconjunctuur
- Periode waarin de economische groei lager is dan je op basis van de trend mag verwachten.
- recessie
- Wanneer het volume van het bruto binnenlands product (na correctie voor seizoeninvoeden) twee opeenvolgende kwartalen krimpt.
- bezettingsgraad
- De mate waarin de productiecapaciteit bezet wordt.
- onderbesteding
- De bestedingen zijn te laag om alle productiemiddelen volledig te benutten.
- natuurlijke werkloosheid
- De werkloosheid die altijd aanwezig is als gevolg van potentiële groei.
- conjuncturele werkloosheid
- Werkloosheid die ontstaat door terugvallende bestedingen.
- hoogconjunctuur
- Periode waarin de economische groei hoger is dan je op basis van de trend mag verwachten.
- overbesteding
- De (voorgenomen) bestedingen zijn hoger dan de productiecapaciteit.
- bestedingsinflatie
- Stijging van het prijspeil veroorzaakt door overbesteding.
- geldillusie
- De neiging van mensen om over geld in nominale en niet in reële (voor inflatie gecorrigeerde) termen te denken.