Paragraaf 3.5: Regering en parlement

Publiek
3
Woorden in deze lijst (36)
Origineel
- Regering
- Het dagelijks bestuur van het land, bestaande uit de koning en de ministers.
- Kabinet
- Het dagelijks bestuur zonder de koning, bestaande uit de ministers en staatssecretarissen.
- Minister
- Een regeringslid met een eigen specifiek beleidsterrein (ministerie) en een eigen begroting.
- Minister zonder portefeuille
- Een minister die wel in het kabinet zit, maar geen eigen ministerie onder zich heeft (maakt gebruik van ambtenaren van een ander ministerie).
- Staatssecretaris
- Een soort 'onderminister' die verantwoordelijk is voor een specifiek deel van het beleidsterrein van een minister.
- Staatshoofd
- De formele vertegenwoordiger van de staat (in Nederland de koning, met voornamelijk ceremoniële taken).
- Onschendbaar
- De juridische status van de koning, wat betekent dat de ministers politiek verantwoordelijk zijn voor alles wat de koning zegt en doet.
- Ministeriële verantwoordelijkheid
- De plicht van ministers om verantwoording af te leggen aan het parlement voor hun eigen beleid én voor de daden van de koning.
- Staten-Generaal
- De officiële naam van het Nederlandse parlement, bestaande uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
- Mede-wetgevende taak
- De taak van het parlement om samen met de regering wetten te maken en te controleren.
- Controlerende taak
- De taak van het parlement om te controleren of de regering haar werk goed en rechtmatig uitvoert.
- Recht van amendement
- Het recht van de Tweede Kamer om wijzigingen aan te brengen in een wetsvoorstel van de regering.
- Recht van initiatief
- Het recht van de Tweede Kamer om zelf wetsvoorstellen in te dienen.
- Budgetrecht
- Het recht van het parlement om de begrotingen van de ministeries te beoordelen, te wijzigen en goed of af te keuren.
- Recht van motie
- Het recht van Kamerleden om een formele uitspraak of verzoek te doen aan een minister (zoals een motie van wantrouwen).
- Vragenrecht
- Het recht van Kamerleden om mondelinge of schriftelijke vragen te stellen aan bewindslieden.
- Recht van interpellatie
- Het recht van het parlement om een minister met spoed naar de Kamer te roepen voor een debat over een actuele kwestie.
- Recht van onderzoek en enquête
- Het recht van het parlement om buiten de regering om een diepgaand, onafhankelijk onderzoek in te stellen naar een misstand.
- Parlementaire enquête
- De zwaarste vorm van onderzoek door het parlement, waarbij getuigen onder ede kunnen worden verhoord.
- Dualisme
- Het principe dat er een duidelijke taakverdeling en onafhankelijkheid is tussen de regering (uitvoerend) en het parlement (wetgevend/
controlerend). - Monisme
- Een situatie waarin de regeringspartijen in het parlement de regering blindelings steunen, waardoor de scheiding der machten vervaagt.
- Poldermodel
- De Nederlandse politieke cultuur die gericht is op overleg, compromissen sluiten en het bereiken van consensus.
- Wat is het verschil tussen de regering en het kabinet en wie horen erbij?
- De regering bestaat uit de Koning en de ministers. Het kabinet bestaat uit de ministers en de staatssecretarissen (dus *zonder* de Koning).
- Hoe is de uitvoerende macht in Nederland georganiseerd?
- De ministerraad (alle ministers samen) vergadert onder leiding van de premier (minister-president). Staatssecretarissen vallen onder een minister en sturen een specifiek deel van een ministerie aan.
- Wat is de rol van de koning als staatshoofd en waarom is zijn politieke macht beperkt?
- De koning heeft een ceremoniële functie (handtekeningen zetten, troonrede lezen). Zijn macht is beperkt omdat hij onschendbaar is; hij mag geen eigen politieke uitspraken doen zonder goedkeuring van de ministers.
- Wat houdt de ministeriële verantwoordelijkheid in en hoe past dit in een democratie?
- Ministers zijn politiek verantwoordelijk voor alles wat de koning doet en zegt, én voor hun eigen ambtenaren. Dit past in een democratie omdat het gekozen parlement zo altijd de regering ter verantwoording kan roepen.
- Wat is de Staten-Generaal en hoe verschillen de Eerste en Tweede Kamer van elkaar?
- De officiële naam voor het parlement. De Tweede Kamer (150 zetels) is fulltime politiek bezig en mag wetten aanpassen of indienen. De Eerste Kamer (75 zetels, senaat) is parttime en mag wetten alleen goed- of afkeuren.
- Wat zijn de vier wetgevende bevoegdheden van de Tweede Kamer?
- 1. Stemrecht (wetten aannemen/
verwerpen). 2. Recht van amendement (wetsvoorstellen wijzigen). 3. Recht van initiatief (zelf wetten indienen). 4. Budgetrecht (begrotingen aanpassen of goedkeuren). - Wat zijn de vijf controlerende bevoegdheden van het parlement?
- 1. Vragenrecht (schriftelijk/
mondeling). 2. Recht van interpellatie (spoeddebat aanvragen). 3. Recht van motie (uitspraak/ verzoek indienen). 4. Recht van onderzoek en enquête (diepgaand onderzoek doen). - Wat houdt een motie van wantrouwen in en waartoe leidt dit meestal?
- Een formele uitspraak van de Kamer waarin het vertrouwen in een minister (of het hele kabinet) wordt opgezegd. Dit leidt bijna altijd tot het directe aftreden van de minister of de val van het kabinet.
- Waarom heeft de Tweede Kamer méér macht dan de Eerste Kamer, en waarom heeft de Eerste Kamer toch bestaansrecht?
- De Tweede Kamer is rechtstreeks gekozen en heeft het recht van amendement en initiatief. De Eerste Kamer heeft bestaansrecht als een 'chambre de réflexion': zij controleert als laatste stap of wetten wel juridisch deugen en uitvoerbaar zijn.
- Welke stappen doorloopt een wetsvoorstel tot het een wet is?
- 1. Minister of Tweede Kamerlid maakt een wetsvoorstel. 2. Raad van State geeft advies. 3. Tweede Kamer debatteert, wijzigt (amendement) en stemt. 4. Eerste Kamer stemt (ja/
nee). 5. Koning en minister ondertekenen; wet wordt gepubliceerd. - Hoe werken de trias politica en het dualistische stelsel in de Nederlandse praktijk?
- Trias politica: scheiding der machten. In Nederland werken we dualistisch: er is een strikte scheiding tussen de regering (uitvoerend) en het parlement (controlerend). Ministers mogen bijvoorbeeld niet tegelijkertijd Kamerlid zijn.
- Wat is het verschil tussen de rollen van coalitie- en oppositiefracties in debatten?
- Coalitiefracties steunen de regering vaak (ze hebben immers meeonderhandeld over het regeerakkoord). Oppositiefracties controleren de regering juist extra scherp en dienen kritische moties in.
- Wat houdt het poldermodel in en hoe is dit historisch ontstaan?
- De Nederlandse politieke cultuur van overleg, compromissen sluiten en consensus zoeken. Het is historisch ontstaan omdat we in onze strijd tegen het water (en door de vroege religieuze verdeeldheid) altijd gedwongen waren om samen te werken.
- Hoe kan parlementaire controle leiden tot spanningen of machtsconcentratie?
- Als de Kamer de regering te agressief controleert, ontstaan er politieke spanningen en crises. Als de regeringspartijen de ministers echter blind steunen (monisme), leidt dit tot gevaarlijke machtsconcentratie bij het kabinet.