Biologie hoofdstuk 10.1
Publiek
3
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Genoom
- het geheel aan genetische informatie in een cel van een organisme
- eukaryoten
- al het kern-DNA en het DNA in celorganellen: mitochondriaal DNA en chloroplast-DNA
- prokaryoten
- al het DNA dat los in het cytoplasma van de cel voorkomt: een circulaire DNA-streng en soms plasmide(n): kort stukje DNA
- DNA
- DNA is een nucleïdenzuur en is opgebouwd uit nucleotiden (desoxyribose, een fosfaatgroep en een stikstofbase)
- vier stikstofbasen in DNA
- adenine, cytosine, guanine, thymide (in RNA uracil)
- Enkelstrengs DNA
- In enkelstrengs DNA wisselen de fosfaatgroepen en monosachariden elkaar af.
- 3'-uiteinde
- OH groep aan eht derde C-atoom van desoxyribose
- 5'-uiteinde
- fosfaatgroep aan het vijfde C-atoom van desoxyribose
- DNA-molecuul
- bestaat uit twee nucleotidestrengen, in een helixstructuur, de stikstofbasen liggen in vaste paren.
- DNA van eukaryoten
- een chromosoom bestaat uit één dubbelstrengs DNA-molecuul met histonen (eitwitten). Dubbelstrengs DNA is rond histonen gewikkeld. Een aantal histonen met DNA vormt een nucleosoom.
- Sequentie
- de volgorde waarin stikstofbasen in een DNA-molecuul zijn gerangschikt
- Gen
- een deel van een DNA-molecuul dat codeert voor een of meer eiwitten of een gedeelte van een eiwit
- Niet-coderend DNA
- grote delen van het DNA coderen niet voor eiwitten. ze reguleren activiteit van genen of de productie van eiwitten, of een beschermde functie, bestaat uit herhalingen van korte nucleotidesequenties, bestaat uit genen die hun funcitie hebben verloren.