VIVO h4 1 vwo

Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (113)
Origineel
- ademhalingsstelsel
- organen die samen voor de ademhaling zorgen
- beenderenstelsel
- het geheel van botten in het lichaam
- bloedvatenstelsel
- alle bloedvaten in het lichaam,waardoor zuurstofrijk bloed naar de organen wordt gebracht
- botten
- stevige structuren die het lichaam bij elkaar houden en beschermen
- energie
- wordt aangemaakt door de verbranding van voedingsstoffen en is nodig om in leven te blijven
- geestelijke gezondheid
- toestand waarbij iemand zich goed voelt
- gewrichten
- scharnieren in het lichaam waardoor botten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen
- gezondheid
- toestand van volledige lichamelijk,geestelijk en sociaal welzijn
- huid
- buitenste bekleding van het lichaam
- leefstijl
- manier van leven die invloed heeft op de gezondheid
- lichamelijke gezondheid
- toestand waarbij het lichaam optimaal functioneert
- skelet
- het geheel van botten in het lichaam
- spieren
- organen die botten naar elkaar toe laten bewegen
- blessure
- beschadiging van een spier,pees,gewricht of bot
- bloeden
- het vrijkomen van bloed uit een bloedvat
- botbreuk
- geheel of gedeeltelijk breken van een bot
- echografie
- onderzoekstechniek waarbij met geluidsgolven een beeld van weefsels en organen wordt gemaakt
- kneuzing
- lichte beschadiging van weefsel en bloedvaten onder de huid,waardoor een zwelling optreedt
- MRI-scan
- onderzoekstechniek waarbij op een veilige manier een gedetailleerd beeld van weefsels en organen wordt gemaakt
- ontwrichting
- blessure waarbij de twee botten van het gewricht niet vanzelf op hun juiste plek terugkomen
- overbelasting
- als spieren,pezen,botten of gewrichtsbanden te veel worden belast
- prothese
- kunstmatige vervanging van een deel van het lichaam
- dwarsgestreepte spier
- spier die skeletdelen laat bewegen en onder de microscoop een dwarsstreping vertoont
- gladde spieren
- spier van inwendige organen,zoals het darmkanaal en de bloedvaten
- pees
- niet-elastisch deel van een spier dat vastzit aan het skelet
- skelettspier
- spier die het skelet laat bewegen,wordt ook dwarsgestreepte spier genoemd
- spierbundel
- deel van de skelet dat uit een groot aantal spiervezels bestaat
- spiercel
- langwerpige cel die zich kan samentrekken/
wordt ook spiervezel genoemd - spier
- orgaan voor beweging
- spierkramp
- maximaal samentrekken van een spier door overbelasting
- spierpijn
- pijn door kleine beschadigingen in de spiercellen na intensief bewegen
- spiervezel
- langwerpige cel die kan samentrekken
- spierweefsel
- weefsel dat uit spiervezels(spiercellen) is opgebouwd
- triceps
- spier in de bovenarm die de arm strekt
- gewrichtskapsel
- stevig weefsel dat de botten van een gewricht bij elkaar houdt
- gewrichtssmeer
- stof die het gewricht smeert en soepel laat werken
- glijgewricht
- gewricht waarbij de twee botten langs elkaar glijden
- hernia
- het uitpuilen van een deel van de tussenwervelschijf waardoor een zenuw bekneld raakt
- kogelgewricht
- gewricht waarbij een bot een kogelvormig uiteinde heeft,dat in de kom van een ander bot past
- kraakbeenverbinding
- verbinding tussen twee botten door middel van kraakbeen
- kruisband
- gewrichtsband die in het kniegewricht zit
- meniscus
- kraakbeenschijf in het kniegewricht
- rolgewricht
- gewricht waarbij een bot over het andere bot rolt
- scharniergewricht
- gewricht waarbij een bot scharniert ten opzichte van het andere bot
- schedelnaad
- plaats waar twee botten van de schedel vergroeid zijn
- vergroeiing
- aan elkaar vast gegroeid
- wervels
- botten van de wervelkolom
- zadelgewricht
- gewricht waarbij beide botstukken zadelvormig zijn
- artrose
- aandoening van het kraakbeen in gewrichten
- spierkracht
- de sterkte van een spier
- spierstelsel
- alle spieren in het lichaam samen
- spijsverteringsstelsel
- alle organen die bijdragen aan het verteren en opnemen van voedingsstoffen in het lichaam
- uithoudingsvermogen
- vermogen om een inspanning vol te houden
- voeding
- alles wat een organisme op kan eten en wat voor bouwstoffen en energie in het lichaam zorgt
- zenuwstelsel
- orgaanstelsel dat het lichaam aanstuurt.Bestaat uit de hersenen, zenuwen en het ruggenmerg.
- antagonist
- spieren die een tegengestelde beweging mogelijk maken
- biceps
- spier in bovenarm die de arm buigt
- darmkanaal
- kanaal in het lichaam dat dient voor transport,vertering en opname van voedsel
- kraakbeenweefsel
- stevig en flexibel steunweefsel tussen of aan de uiteinden van botten
- pijpbeen
- lange rechte bot in een ledemaat
- platte beenderen
- Dunne botten die bestaan uit compact beenweefsel en rode beenmerg.Bijvoorbeeld de ribben.
- platte botten
- botten met een platte vorm zoals schouderbladen en heupbeenderen
- rode beenmerg
- weefsel in platte botten en aan de uiteinden van pijpbeenderen,waarin rode bloedcellen worden gemaakt
- steunweefsel
- verzamelnaam voor beenweefsel,kraakbeenweefsel en bindweefsel
- tussencelstof
- stof die tussen de steunweefselcellen ligt en samen met de cellen het steunweefsel vormt
- bekkengordel
- de heupbeenderen samen met het heiligbeen
- borstkas
- de ribben,het borstbeen en de borstwervels
- borstwervel
- wervel ter hoogte van de borst
- bot (been)
- onderdeel van het skelet
- dijbeen
- bot in het bovenbeen
- dubbele S-vorm
- vier bochten van de wervelkolom die samen een S vormen
- ellepijp
- bot in de onderarm tussen de elleboog en de hand(aan de kant van de pink)
- gewervelde
- dier met een wervelkolom
- halswervel
- wervel tussen de schedel en de bovenste borstwervel
- handwortelbeentjes
- botjes van de hand die vlak bij het polsgewricht zitten
- heiligbeen
- bot van de wervelkolom tussen de onderste lendenwervel en het staartbeen
- röntgenfoto
- afbeelding van deel van het lichaam dat onderzocht is met behulp van röntgenstraling
- scheur
- gedeeltelijke breuk van een weefsel
- slijtage
- vermindering van de sterkte en functie van gewrichten
- verstuiking(=verzwikking)
- blessure waarbij gewrichtsbanden en pezen van een gewricht bij een verkeerde beweging te ver uitrekken
- beenweefsel
- weefsel waar je botten uit bestaan
- bindweefsel
- steunweefsel dat andere weefsels en organen beschermt en stevigheid geeft
- bindweefselcellen
- cellen van bindweefsel
- collageen
- eiwitten met een langwerpige vorm die zorgen voor een stevige en flexibele tussencelstof in steunweefsel
- gele beenmerg
- het vetrijke weefsel in het rechte gedeelte van een pijpbeen
- groeicurve
- grafiek die de groei van een organisme weergeeft
- groeipijn
- pijn in benen(soms armen) die vooral optreedt tijdens de groeispurt van kinderen
- groeischijf
- kraakbeenschijf van waaruit de groei van een pijpbeen plaatsvindt
- kalkzouten
- stoffen die een bot hard en stevig maken
- spaakbeen
- bot in de onderarm tussen de elleboog en de hand(aan de kant van de duim)
- staartbeen
- onderste bot van de wervelkolom
- tussenwervelschijf
- kraakbeenschijf tussen twee wervels
- voetwortelbeentjes
- botten van de voet die vlak bij het enkelgewricht zitten
- wervelkolom
- halswervels,borstwervels,lendenwervels,heiligbeen en staartbeen
- draaigewricht
- gewricht waarbij een botstuk een draaiende beweging maakt ten opzichte van het andere botstuk
- fontanel
- de ruimte tussen de schedelbeenderen bij een baby
- gewricht
- een beweeglijke verbinding tussen twee botten
- gewrichtsband
- band die een gewricht stevigheid geeft
- heupbeenderen
- twee gelijkvormige botten van de bekkengordel
- kraakbeen
- stevig en veerkrachtig steunweefsel
- kuitbeen
- bot aan de achterkant van het onderbeen
- ledemaat
- arm of been
- lendenwervels
- de wervels tussen de onderste borstwervel en het heiligbeen
- middenhandsbeentjes
- botjes tussen de handwortelbeentjes en de vingerkootjes
- middenvoetsbeentjes
- botjes tussen de voetwortelbeentjes en de teenkootjes
- neusbeen
- bot dat een deel van de neus vormt
- opperarmbeen
- bot in de bovenarm
- romp
- lichaam zonder hoofd,armen en benen
- schedel
- de botten van het hoofd
- schouderbladen
- botten aan de rugkant aan de borstkas die deel uitmaken van de schoudergordel
- schoudergordel
- schouderbladen en sleutelbeenderen
- sleet
- de botten van het lichaam
- sleutelbeen
- bot tussen het borstbeen en een schouderblad