Begrippen hoofdstuk 2 cultuur (2.3, 2.4, 2.6, 2.7 )

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- cultuur
- de manier waarop een groep mensen samenleeft
- cultuurgebieden
- gebieden waarbinnen de culturen sterker op elkaar lijken dan van elkaar verschillen
- cultuuruitingen
- zaken waaraan je een cultuur kunt herkennen
- godsdienst
- georganiseerde geloofsovertuiging, ook religie genoemd
- normen en waarden
- zaken die belangrijk zijn in een cultuur ( waarden ) en waarnaar je je in die cultuur hoort te gedragen ( normen)
- tradities
- gewoonten die van generatie op generatie worden doorgegeven
- wereldtaal
- taal die door veel mensen gebruikt wordt, ook buiten het eigen taalgebied
- amerikanisering
- de Amerikaanse cultuur dringt door tot andere culturen
- culturele identiteit
- de verbondenheid die mensen voelen met hun cultuur
- cultuurbehoud
- het bewaren van cultuuruitingen in musea, archieven en door onderwijs
- cultuurverlies
- als cultuuruitingen niet meer worden gebruikt
- cultuurvermenging
- het overnemen en inpassen van delen uit een cultuur in een andere
- cultuurverspreiding
- cultuuruitingen komen ook in andere gebieden terecht
- kolonialisme
- periode in de geschiedenis dat westerse landen andere landen overzee overheersten
- slavernij
- het verhandelen van mensen die gedwongen worden om zonder betaling te werken
- dialect
- variatie in een taal met eigen uitdrukkingen en woorden
- migratiemotieven
- redenen om te migreren, zoals werk of studie, familie of een gevaarlijke situatie
- Caribisch deel van het Nederlandse koninkrijk
- landen en gemeenten die in het Caribisch gebied liggen en bij Nederland horen
- ( immaterieel ) erfgoed
- ( niet-tastbare ) zaken met een grote cultuurhistorische betekenis
- werelderfgoed
- zaken die voor de hele wereld uitzonderlijk en onvervangbaar worden gevonden