De lever
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Lever
- Orgaan dat rechtsboven in de buikholte tegen het middenrif aan ligt.
- Leverslagader
- Bloedvat dat de lever voorziet van zuurstofrijk bloed.
- Poortader
- Bloedvat dat zuurstofarm, voedingsstofrijk bloed van de darmen naar de lever vervoert.
- Leverader
- Bloedvat dat het bloed wegvoert van de lever.
- Leverlobjes
- Zeshoekige functionele eenheden waaruit de lever is opgebouwd, met een doorsnede van ongeveer één millimeter.
- Homeostase
- Het proces waarbij de lever door omzetting, opslag en uitscheiding van stoffen zorgt voor een min of meer constant inwendig milieu.
- Inwendig milieu
- De vloeistoffen in het lichaam waarvan de samenstelling door organen zoals de lever min of meer constant wordt gehouden.
- Gal
- Vloeistof geproduceerd door levercellen die galzuren bevat voor het emulgeren van vetten en oliën.
- Galblaas
- Orgaan waarin gal uit de lever wordt verzameld en tijdelijk wordt opgeslagen.
- Galbuis
- Buis waarlangs gal vanuit de galblaas naar de twaalfvingerige darm wordt vervoerd.
- Bilirubine
- Geelbruine afvalstof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine uit dode rode bloedcellen en die de ontlasting zijn bruine kleur geeft.
- Glycogeen
- De vorm waarin een overschot aan glucose onder invloed van insuline in de lever wordt opgeslagen.
- Ureum
- Stof die in de lever wordt gevormd uit de stikstofgroep van overtollige aminozuren en door de nieren wordt uitgescheiden.
- Cholesterol
- Bestanddeel van celmembranen dat nodig is voor de productie van gal, bepaalde hormonen en vitamine D.
- Ontgiften
- Het proces waarbij de lever gifstoffen en lichaamsvreemde stoffen uit het bloed haalt en onwerkzaam maakt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–