5. Verschillen in India
Publiek
Woorden in deze lijst (84)
Origineel
- agglomeratie
- Een stad met de daaraan vastgegroeide voorsteden en dorpen.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied.
- atol
- Ringvormig koraalrif dat gedeeltelijk boven het water uitsteekt en door enkele openingen met de open zee is verbonden.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (in/
km²). - bondsstaat
- Zie federatie.
- braindrain
- Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.
- BRICS-landen
- Verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.
- bruto binnenlands product (bbp)
- Het geld dat wordt verdiend door alle staatsburgers in een land, waar ter wereld ze ook werken. Vaak is het ongeveer even groot als het bnp.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een land per jaar samen verdienen.
- centrumland
- Hoogontwikkeld, rijk land met veel politieke en economische macht.
- corioliseffect
- Door de draaiing van de aarde krijgt de wind op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond naar links.
- deelstaat
- Gebied binnen een land dat voor een deel zelfbestuur (autonomie) heeft. Er is een hoofdstad, er zijn ministeries en er zijn eigen wetten en regels.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten. Heet ook tertiaire sector.
- divergentie
- Het uit elkaar drijven van platen.
- duale economie
- Een land met een modern, ontwikkeld deel en een traditioneel, achtergebleven deel.
- economische globalisering
- Globalisering waarbij de nadruk ligt op de groeiende internationale handel, de directe buitenlandse investeringen en de toenemende betekenis van de multinationals.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die (meestal) Europeanen gebruiken om er zelf voordeel van te hebben.
- federatie
- Een land met een centrale regering maar daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook bondsstaat.
- garantieprijs
- Vastgestelde prijs die een boer in elk geval voor zijn producten krijgt.
- gated community
- Zwaarbewaakte woonwijk met hoge muren of een hek eromheen.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- global city
- Zie metropool.
- globalisering
- Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie (kennis en cultuur).
- groeiland
- Zie opkomend land.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep van 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- Groene Revolutie
- De invoering van verbeterde, snelgroeiende soorten in de landbouw, in combinatie met het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
- hindoeïsme
- Godsdienst waarbij men gelooft in meerdere goden en een leven na de dood.
- hoogedrukgebied
- Gebied met een teveel aan lucht waar lucht wegstroomt naar het aardoppervlak en wordt aangevuld met dalende lucht van boven: blauwe luchten en zon.
- hoogseizoen
- Drukste tijd van het jaar.
- hoogvlakte
- Vlak of zachtgolvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt.
- human development index (hdi) /
index menselijke ontwikkeling (imo) - Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme.
- informele sector
- Ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. Mensen betalen geen belasting, maar hebben ook geen recht op uitkeringen.
- intertropische convergentiezone (ITCZ)
- Het lagedrukgebied rond de evenaar waar zowel winden uit het zuiden als uit het noorden bij elkaar komen. De ITCZ verplaatst zich gedurende het jaar onder invloed van de zonnestand.
- kastesysteem
- Indeling van de Indiase samenleving in verschillende sociale groepen (kasten).
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- lagedrukgebied
- Gebied met een tekort aan lucht waar lucht toestroomt over het aardoppervlak en gaat stijgen: wolken en neerslag.
- lagune
- Een watervlakte die van de open zee gescheiden is door een rij eilanden of een strandwal, maar wel door een of meerdere openingen met de open zee is verbonden.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- lingua franca
- Taal die op grote schaal als voertaal wordt gebruikt door mensen met verschillende moedertalen.
- massatoerisme
- Toerisme waarbij heel veel toeristen op dezelfde plek verblijven.
- megastad
- Stad met meer dan 10 miljoen inwoners.
- metropool
- Heel grote stad die op mondiale schaal een rol van betekenis speelt op het gebied van economie, cultuur en politiek. Heet ook global city of wereldstad.
- middenklasse
- Groep mensen met een gemiddeld inkomen: ze zijn niet rijk en niet arm.
- mid-oceanische rug
- Het minder diepe deel van de oceanen waar platen uit elkaar drijven en vulkanisme optreedt.
- moederland
- Staat die gezag uitoefent over een kolonie.
- moesson
- Wind die elk half jaar van richting verandert.
- moessonklimaat
- Tropisch klimaat met een kort droog seizoen.
- monocultuur
- Het verbouwen van één gewas.
- multinational
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen.
- ontwikkelingskenmerk
- Kenmerk waarmee je de armoede of rijkdom in een gebied kunt meten.
- opkomend land
- Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar dat wel een snelle economische groei doormaakt. Heet ook groeiland.
- outsourcing
- Het uitbesteden van werk aan een ander bedrijf.
- passaat
- Oostelijke wind die (vanaf het subtropische maximum) richting het lagedrukgebied bij de evenaar waait.
- periferie
- De arme landen in de wereld die gekenmerkt worden door afhankelijkheid, nadelige handelsrelaties, gebrekkige technologie en een lage productie.
- politiek systeem
- Manier waarop een staat wordt bestuurd.
- primaire sector
- Werk waarbij producten rechtstreeks uit de natuur worden gehaald.
- pullfactor
- Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten.
- pushfactor
- Reden om te verhuizen uit een gebied.
- regenschaduw
- De lijzijde van een berg, waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- remittances
- Geldzendingen van migranten naar het land van herkomst.
- ruraal-urbane migratie
- Migratie van het platteland naar de stad.
- semiperiferie
- Landen die niet rijk en niet arm zijn; vaak opkomende landen door de groei van de industrie.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen groepen mensen in een gebied.
- speciale economische zone (sez)
- Gebied waar buitenlandse bedrijven zich vrij mogen vestigen en weinig belasting betalen.
- stad
- Een concentratie van mensen en hun activiteiten op een bepaalde plek. Er is een hoogbouw en de woningdichtheid is hoog.
- stijgingsregen
- Regen die ontstaat door opwarming van de lucht, waardoor de lucht gaat stijgen en afkoelen.
- stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
- subsidie
- Financiële steun die de overheid geeft aan een persoon of een instelling.
- tertiaire sector
- Zie dienstensector.
- toerisme
- Reizen naar en verblijven op een plaats buiten je normale omgeving. Iemand die minstens 24 uur en niet langer dan een jaar ergens anders verblijft, is een toerist.
- urbanisatie
- Het proces waarbij steeds meer mensen in de stad gaan wonen. Heet ook verstedelijking.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- versterkt broeikaseffect
- De versterking van het natuurlijke broeikaseffect door de toename van CO₂ in de lucht.
- vestigingskolonie
- Gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen.
- vluchtsector
- Zie informele sector.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- wereldstad
- Zie metropool.
- wet van Buys Ballot
- Lucht stroomt altijd van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied met een afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond.
- zeespiegelstijging
- Stijging van de zeespiegel door het afsmelten van gletsjers en landijs en het uitzetten van het zeewater.
- zelfvoorzienend
- Kunnen voorzien in de eigen behoefte. Hier: Land waarin voldoende voedsel voor de eigen bevolking wordt geproduceerd en dat dus geen voedsel hoeft te importeren.