MEMO H1, 2 en 3 (§1.3, §1.4, §2.1, §2.2, §2.3, §3.1, §3.3, §3.4)

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (60)
Origineel
- bestuur
- Het maken van regels en wetten en het controleren of iedereen zich daaraan houdt.
- staat
- Een land met duidelijke grenzen, één bestuur en overal dezelfde wetten en regels.
- ambtenaar
- Iemand die in dienst is van het bestuur en zorgt voor het uitvoeren van besluiten, bijvoorbeeld het innen van belasting en het handhaven van de orde.
- belasting
- Het betalen van geld of goederen aan een bestuur.
- hiërogliefenschrift
- Egyptisch schrift dat bestaat uit een groot aantal tekeningen, die elk een woord of klank uitbeelden.
- polytheïsme
- Het geloof in meer dan één god.
- natuurgodsdienst
- Godsdienst waarin natuurkrachten als de zon en het water worden aanbeden.
- tempel
- Een gebouw waarin een of meer goden vereerd.
- priester
- Iemand die namens de groep contact heeft met een god of goden.
- irrigatielandbouw
- Landbouw waarbij met kanalen en andere waterwerken de akkers worden bevloeid.
- nijverheid
- Het (handmatig) maken van producten of onderdelen daarvan met behulp van grondstoffen.
- specialisatie
- Een verandering waarbij mensen niet alles zelf maken, maar zich toeleggen op één product en dus één beroep uitoefenen.
- handel
- Kopen en verkopen van allerlei goederen.
- stedelijke gemeenschap
- Stad waar mensen met verschillende beroepen samenwonen.
- sociale laag
- Groep mensen die van andere groepen mensen verschilt in rijkdom, macht en aanzien.
- slavernij
- Systeem waarin mensen het eigendom zijn van iemand anders en dus onvrij zijn en geen rechten hebben.
- farao
- Koning van Egypte.
- Mesopotamië
- Letterlijk: Tweestromenland. Het gebied tussen en rond de rivieren Eufraat en Tigris, in het huidige Irak.
- mythe
- Een verhaal over goden of halfgoden – of een verhaal dat voor waar wordt aangenomen, maar niet helemaal op feiten berust.
- wetenschap
- Het verzamelen van kennis door een verschijnsel te bestuderen. Wetenschappers zoeken naar verklaringen en proberen bewijzen te vinden.
- filosofie
- Zoeken naar wijsheid en kennis om de wereld en de mens beter te begrijpen.
- sofist
- Leraar in de redevoeringkunst en de welsprekendheid.
- burgerrecht (bij de Romeinen)
- Romeinse burgers hadden bepaalde voorrechten, zoals het recht om niet zonder proces te worden veroordeeld.
- dictator
- Alleenheerser.
- keizer
- Hoogste bestuurder in het Romeinse Keizerrijk.
- pax Romana
- Een lange periode van rust en vrede in het Romeinse Rijk in de 1e en 2e eeuw n.C. (letterlijk: Romeinse vrede).
- jodendom
- Geloof van de joden, een volk dat in één god gelooft.
- monotheïsme
- Het geloof in één god.
- christendom
- Geloof in één god volgens de leer van Jezus Christus.
- Bijbel
- Het heilige boek van de christenen.
- Oude Testament
- Het eerste deel van de Bijbel, waarin de heilige boeken van de joden zijn opgenomen.
- Nieuwe Testament
- Het tweede deel van de Bijbel, waarin de verhalen staan over het leven van Jezus en zijn eerste volgelingen.
- paus
- De hoogste bestuurder van de christelijke (katholieke) kerk.
- kerk
- Gebouw waarin christenen bij elkaar komen om te bidden./
Het geheel van alle christelijke gelovigen en hun bestuurders. - republiek
- Een land waar geen koning of keizer aan het hoofd staat.
- senaat
- Een vergadering die de Romeinse Republiek bestuurde. De leden kwamen uit de rijkste en belangrijkste Romeinse families.
- consul
- Belangrijkste bestuurder en legeraanvoerder in de Romeinse Republiek.
- vetorecht
- Het recht om een beslissing tegen te houden.
- volkstribuun
- Een bestuurder die het Romeinse volk vertegenwoordigde en de armen moest beschermen tegen de rijken.
- Romeinse Rijk
- Groot gebied dat ongeveer van 300 v.C. tot 1450 n.C. heeft bestaan. Toen het rijk rond 200 n.C. op zijn grootst was, omvatte het de delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
- imperium
- Groot rijk, waarin verschillende volken onder één bestuur zijn gebracht.
- Romeins recht
- Wetten in het Romeinse Rijk.
- Germanen
- Verzameling volken die oorspronkelijk in het gebied van Duitsland en Nederland leefden, zoals de Friezen en de Bataven.
- West-Romeinse Rijk
- Deel van het Romeinse Rijk dat vanaf de 4e eeuw vanuit Italië werd bestuurd en in 476 ten onder ging.
- Oost-Romeinse Rijk
- Deel van het Romeinse Rijk dat vanaf de 4e eeuw n.C. vanuit Constantinopel werd bestuurd. Dit rijk bleef bestaan tot 1453.
- volksverhuizing
- Grote verplaatsing van volken vanuit Noord- en Oost-Europa naar het zuiden en westen (in de 4e en 5e eeuw n.C.).
- Byzantijnse Rijk
- Het Oost-Romeinse Rijk.
- stadstaat
- Een stad (met het omringend gebied) die zichzelf bestuurt.
- polis (meervoud: poleis)
- Griekse woord voor stadstaat: een stad (met het omringend gebied) die zichzelf bestuurt.
- akropolis
- Hoogstgelegen punt in een Griekse stadstaat, waar oorspronkelijk een burcht stond, en later de tempel van de god of godin van de stad.
- ongelijkheid
- Verschillen tussen mensen in bezit, macht of rechten.
- burgerrecht (bij de Grieken)
- Het lidmaatschap van een polis. Alleen volwassen vrije mannen die geen vreemdeling waren, hadden burgerrecht.
- politiek
- De manier waarop een land of een stad besluiten neemt.
- monarchie
- Vorm van bestuur met een erfelijke koning aan het hoofd.
- aristocratie
- Vorm van bestuur waarbij een kleine groep mensen met voorrechten (edelen) de macht heeft.
- tirannie
- Vorm van bestuur waarbij één man alle macht in handen heeft.
- democratie (bij de Grieken)
- Een vorm van bestuur waarbij alle volwassen mannen met burgerrecht mogen meebeslissen in de politiek.
- oligarchie
- Een vorm van bestuur door een kleine groep machtige en rijke mensen.
- volksvergadering
- Een officiële bijeenkomst van (vertegenwoordigers van) het volk, waar politieke besluiten worden genomen.
- ostracisme
- In de Atheense democratie de mogelijkheid om een politicus weg te stemmen, waarna hij voor tien jaar werd verbannen.