hoofstuk vier begrippen

Publiek
1
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Frankische Rijk
- Het rijk van het Germaanse volk van de Franken, dat belangrijk was van de 6e tot en met de 9e eeuw.
- leenman
- Iemand die een heer hielp bij de oorlogvoering, het bestuur en de rechtsspraak en die als beloning een stuk land in leen had.
- leenheer
- Iemand die stukken land uitleende aan leenmannen in ruil voor hun trouw en steun.
- ridder
- Goed bewapende ruiter, die voor de oorlogvoering zijn eigen paard moest meenemen.
- adel
- Groep van mensen die zijn gespecialiseerd in verdediging en bestuur, die de baas zijn over een of meer domeinen en die een titel hebben (bijvoorbeeld graaf of hertog).
- leenstelsel
- Systeem waarbij een heer stukken land aan leenmannen uitleende, in ruil voor hun trouw en steun.
- heidenen
- De naam die de christenen gaven aan mensen die geloofden in natuurgoden en -krachten.
- klooster
- Gebouw waar monniken of nonnen leven om zich helemaal aan hun geloof te wijden.
- monnik
- Man die zijn leven aan zijn geloof heeft gewijd en in een klooster woont.
- non
- Vrouw die haar leven aan haar geloof heeft gewijd en in een klooster woont.
- missionaris
- Priester die mensen tot het christelijk geloof wil bekeren.
- stand
- Groep met een vaste plek en een eigen taak in de samenleving. Middeleeuwers verdeelden de samenleving in drie standen: de geestelijken, de adel en de boeren.
- geestelijkheid
- Groep van mensen die hun leven in dienst stellen van de christelijke godsdienst, zoals de paus, priesters, monniken en nonnen. De geestelijkheid is in de middeleeuwen de eerste stand.
- middeleeuwen
- Periode van 500 tot 1500 n.C.
- vroege middeleeuwen
- Tijdvak van 500 tot 1000 n.C.
- agrarische samenleving
- Een maatschappij waarin bijna iedereen als boer werkt en er vrijwel geen steden zijn.
- domein
- Gebied waar een heer de baas was en waarvan hij de inkomsten kreeg. Het bestond vroonland (met de hoeve van de heer), hoeveland (waar de horigen woonden) en woeste gronden.
- horige
- Boer die geen eigen grond had, maar die moest werken op het land van de heer en die de grond van de heer niet mocht verlaten zonder zijn toestemming.
- herendiensten
- Werkzaamheden die horigen gratis voor de heer moesten doen.
- hofstelsel
- Economisch systeem waarbij een heer de horigen in zijn gebied beschermde, in ruil voor herendiensten en een deel van de opbrengst van het land.