Leerboek - 3 vmbo-kgt - Culturele veranderingen in Nederland na 1945 - D
Publiek
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- traditie
- Iets wat van vader op zoon en van moeder op dochter wordt overgeleverd. Oude gewoonte.
- huisvrouw
- Gehuwde vrouw die het huishouden doet voor haar man en kinderen en geen werk buitenshuis heeft.
- overheid
- De instelling die de macht heeft in een land, provincie of gemeente.
- wet
- Algemene regel die geldt voor iedereen in het land. In democratische landen geldt dat zulke regels door de regering zijn vastgesteld en goedgekeurd door het parlement.
- geld
- Ruilmiddel met een vaste waarde waardoor kopen en verkopen gemakkelijk wordt.
- financiën
- Geldzaken.
- rechten
- Rechten zijn dingen die je mag doen of hoort te krijgen, bijvoorbeeld het recht om zelf te kiezen waar je wilt wonen en het recht op voldoende voedsel
- ongelijkheid
- Tegenovergestelde van gelijkheid. Er is ongelijkheid als er verschillen zijn tussen mensen, bijvoorbeeld verschillen in rijkdom of verschillen in rechten.
- feminisme
- Beweging die opkomt voor de rechten van vrouwen.
- vrouwenkiesrecht
- Het recht van vrouwen om mee te doen aan verkiezingen.
- actiegroep
- Groep mensen die met acties iets probeert te bereiken.
- emancipatie
- Dezelfde rechten krijgen als andere mensen. Bijvoorbeeld: emancipatie van slaven (vrij worden) of van vrouwen (dezelfde rechten krijgen als mannen).
- carrière
- Loopbaan, de opeenvolging van banen en bezigheden tijdens je leven, meestal een loopbaan waarin je een steeds betere positie krijgt.
- anticonceptiepil
- Pil die vrouwen tijdelijk onvruchtbaar maakt zodat ze niet zwanger kunnen worden.
- abortus
- Onderbreken van de zwangerschap, waardoor een ongeboren kind niet kan volgroeien om geboren te worden.
- rolverdeling
- Verdeling van vaste taken, bijvoorbeeld de taken van mannen en vrouwen.
- revolutie
- Totale en ingrijpende verandering.
- directeur
- Iemand die leidinggeeft aan een bedrijf of kantoor.
- minister
- Dienaar van een vorst die helpt bij het regeren op een bepaald gebied, bijvoorbeeld het beheren van het geld (financiën) of de contacten met het buitenland (buitenlandse zaken). Na de democratische revoluties werden grondwetten ingevoerd die de macht van koningen afnamen, zodat de ministers de machtigste bestuurders werden.
- professor
- Een leraar aan een universiteit, een ‘hoogleraar’
- meerderheid
- Het grootste aantal vergeleken met een andere groep die minder groot is (de minderheid). Meestal betekent meerderheid: meer dan de helft.
- achterstand
- Er is achterstand als je achterblijft bij wat normaal is, bijvoorbeeld als je achterblijft bij het maken van je huiswerk, of als er in jouw wijk minder goede huizen of minder voorzieningen zijn dan normaal.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–