Woordenlijst: 6.1. Begrotingsbeleid
Publiek
Woorden in deze lijst (34)
Origineel
- Quasi-collectieve goederen
- Quasi-collectieve goederen zijn individuele goederen die door de overheid worden geproduceerd en geleverd. Bijvoorbeeld om maatschappelijke redenen (denk aan het controleren van de kwaliteit of het belang voor de samenleving).
- Individuele goederen
- Individuele goederen zijn goederen waarbij het mogelijk is om mensen die niet betalen uit te sluiten van het gebruik van het goed, en waarbij de consumptie door de één ten koste gaat van de consumptie door de ander.
- Collectieve goederen
- Collectieve goederen zijn goederen waarbij het onmogelijk is om mensen die niet betalen uit te sluiten van het gebruik van het goed, en waarbij de consumptie door de één niet ten koste gaat van de consumptie door de ander.
- Meeliftgedrag
- Meeliftgedrag betekent dat iemand profiteert van een goed of dienst terwijl diegene er niet voor betaalt of aan bijdraagt.
- Collectieve dwang
- Collectieve dwang betekent dat een groep dwang uitoefent om mensen zich aan de regels te laten houden.
- Overheidsuitgaven
- De overheidsuitgaven zijn gelijk aan de som van de overheidsbestedingen (consumptie en investeringen), inkomensoverdrachten (sociale uitkeringen) en vermogensoverdrachten (aflossing van de staatsschuld).
- Indirecte belasting
- Een indirecte belasting is een belasting die indirect wordt betaald aan de overheid, via bijvoorbeeld een ondernemer.
- Accijns
- Accijns is een vorm van indirecte belasting en wordt onder andere geheven op alcohol, tabak en benzine.
- Directe belasting
- Een directe belasting is een belasting die direct wordt betaald aan de overheid.
- Verzekeringspremie
- Verzekeringspremie is het bedrag dat je elke periode aan een verzekeraar betaalt na het afsluiten van een verzekering.
- Overheidsbestedingen
- De overheidsbestedingen (O) zijn gelijk aan de som van de overheidsconsumptie en de overheidsinvesteringen.
- Overheidsconsumptie
- De overheidsconsumptie bestaat uit uitgaven van de overheid die niet leiden tot de aanschaf van vaste kapitaalgoederen. Voorbeelden van overheidsconsumptie zijn ambtenarensalarissen en de elektriciteitsrekening van een overheidsgebouw.
- Overheidsinvesteringen
- De overheidsinvesteringen zijn uitgaven van de overheid die leiden tot de aanschaf van vaste kapitaalgoederen. Voorbeelden van overheidsinvesteringen zijn investeringen in dijken, wegen en spoorlijnen.
- Publiek kapitaal
- Publiek kapitaal ontstaat door overheidsinvesteringen in kapitaalgoederen die worden gebruikt bij de productie van andere goederen en diensten en levert een bijdrage aan de economische ontwikkeling van een land.
- Privaat kapitaal
- Privaat kapitaal ontstaat door investeringen van bedrijven in kapitaalgoederen die worden gebruikt bij de productie van goederen en diensten.
- Begrotingssaldo
- Het begrotingssaldo is het verschil tussen de overheidsontvangsten en overheidsuitgaven.
- Staatsschuld
- De staatsschuld is de schuld van de overheid, gemeten op een bepaald moment.
- Ruilen over de tijd
- Ruilen over de tijd is consumptie nu vervangen door consumptie in de toekomst (of andersom).
- Uitgestelde belastingheffing
- De overheid van een land kan langdurig meer uitgeven dan er binnenkomt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een bedrijf of een gezin. De overheid ruilt over de tijd: er wordt nu meer uitgegeven dan ontvangen waardoor de staatsschuld groeit. Toekomstige generaties betalen (extra) belasting om de rente en aflossing te betalen. Het tekort van de overheid kan daarom ook wel worden gezien als uitgestelde belastingheffing.
- Crowding-out effect
- Er is sprake van een crowding-out effect als de overheid heel actief is op een markt en hierdoor gezinnen en bedrijven van de markt verdringt.
- Bestedingsinflatie
- Bestedingsinflatie is een prijsstijging die wordt veroorzaakt door een toename van de bestedingen. Als de vraag naar goederen en diensten groter is dan de bedrijven aankunnen (effectieve vraag > productiecapaciteit), stijgen de prijzen.
- Economische en monetaire unie (EMU)
- Een economische en monetaire unie (EMU) is een groep landen die op economisch en financieel gebied samenwerken (de meest verregaande vorm van economische integratie).
- EMU-normen
- De EMU-normen zijn twee belangrijke voorwaarden voor de overheidsfinanciën die de landen met de euro als betaalmiddel (Economische en Monetaire Unie, EMU) in het Stabiliteits- en groeipact hebben vastgelegd.
- Moral hazard (moreel wangedrag)
- Moral hazard (moreel wangedrag) is de verandering in het gedrag van mensen als zij niet direct risico lopen op de financiële gevolgen van schade omdat zij een verzekering hebben afgesloten.
- Anticyclisch begrotingsbeleid
- Anticyclisch begrotingsbeleid is beleid vanuit de overheid dat gericht is op het afzwakken van de conjunctuurbeweging.
- Hoogconjunctuur
- Hoogconjunctuur betekent dat er sprake is van een opgaande fase in de economie, waarbij er kans is op overbesteding: de effectieve vraag is groter dan de productiecapaciteit.
- Laagconjunctuur
- Laagconjunctuur betekent dat er sprake is van een neergaande fase in de economie, waarbij er kans is op onderbesteding: de effectieve vraag is kleiner dan de productiecapaciteit.
- Recessie
- De (technische) definitie van een recessie is minimaal een half jaar negatieve groei van het bruto binnenlands product (bbp).
- Depressie
- We spreken van een depressie als er sprake is van een recessie én deflatie.
- Inverdieneffect
- Er is sprake van een inverdieneffect als de belastingontvangsten stijgen door een verlaging van de belasting of een toename van de overheidsbestedingen.
- Uitverdieneffect
- Er is sprake van een uitverdieneffect als de belastingontvangsten dalen door een verhoging van de belasting of een afname van de overheidsbestedingen.
- Conjunctuurindicator
- Een conjunctuurindicator geeft in één cijfer weer wat de stand van de conjunctuur is.
- Automatische conjunctuurstabilisatoren
- Automatische conjunctuurstabilisatoren zijn ingebouwde mechanismen in de overheidsbegroting die ervoor zorgen dat de conjunctuurbeweging zonder overheidsingrijpen wordt afgezwakt.
- Progressief belastingtarief
- Er is sprake van een progressief belastingtarief als hogere inkomens procentueel meer belasting betalen dan lagere inkomens omdat bij een stijgend inkomen het gemiddelde belastingtarief stijgt door een toenemend marginaal tarief.