Criminaliteit en opsporing
Publiek
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- Misdrijven
- Ernstige strafbare feiten, zoals diefstal, mishandeling, verkrachting en moord.
- Overtredingen
- Minder ernstige strafbare feiten, zoals fietsen zonder licht, wildplassen of vandalisme.
- Criminaliteit
- Alle misdrijven die in de wet staan.
- Proces-verbaal
- Een schriftelijk verslag van de politie waarin alle informatie over een strafbaar feit en het onderzoek wordt vastgelegd.
- Officier van justitie
- De persoon die namens het Openbaar Ministerie de leiding heeft over het opsporingsonderzoek en beslist over de vervolging van verdachten.
- Openbaar Ministerie (OM)
- Het onderdeel van de rechterlijke macht dat ervoor zorgt dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd.
- Verdachte
- Iemand van wie een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat.
- Dwangmiddelen
- De opsporingsbevoegdheden die de politie mag inzetten, zoals staande houden, aanhouding of fouilleren.
- Staande houden
- Een verdachte dwingen stil te staan om naar zijn identiteitsbewijs te vragen.
- Aanhouding
- De arrestatie van een verdachte, waarbij deze wordt meegenomen naar het politiebureau voor verhoor.
- Rechter-commissaris
- Een speciale rechter die toestemming moet geven voor dwangmiddelen die de grondrechten van mensen ernstig aantasten.
- Preventief fouilleren
- Het fouilleren van mensen in veiligheidsrisicogebieden zonder dat er op dat moment sprake is van een directe verdenking.
- Seponeren
- De beslissing van de officier van justitie om een zaak niet voor de rechter te brengen en af te zien van verdere rechtsvervolging.
- Transactie
- Een voorstel van het Openbaar Ministerie aan een verdachte om een straf (zoals een boete of taakstraf) te accepteren om een rechtszaak te voorkomen.
- Strafbeschikking
- Een straf die door het Openbaar Ministerie zelf wordt opgelegd bij lichte strafbare feiten, waarbij de schuld van de verdachte al vaststaat.
- Vervolgen
- De beslissing van de officier van justitie om een strafzaak voor de rechter te laten komen.
- Onschuldvermoeden
- Het principe dat je onschuldig bent totdat de rechter het tegendeel bewezen acht.
- Aangeleerd-gedragtheorie
- Theorie die stelt dat crimineel gedrag wordt overgenomen door intensief contact met anderen die strafbare feiten plegen.
- Anomietheorie
- Theorie die stelt dat mensen crimineel gedrag vertonen als zij hun levensdoelen niet op een legale manier kunnen bereiken.
- Bindingstheorie
- Theorie die stelt dat bindingen met familie, vrienden en collega's mensen ervan weerhouden om misdrijven te plegen.
- Sociobiologische theorie
- Theorie die stelt dat crimineel gedrag ontstaat door een wisselwerking tussen genetische factoren en sociale factoren zoals opvoeding.
- Rationele-keuzetheorie
- Theorie die stelt dat mensen vooraf rationeel de voordelen (baten) en nadelen (kosten) van een misdrijf tegen elkaar afwegen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–