hoofdstuk 7 (SE2)
Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (58)
Origineel
- dynamisch evenwicht
- het evenwicht mag niet teveel afwijken van de normwaarde
- regelkring
- zorgt ervoor dat de waarde van een factor om de normwaarde schommelt
- inwendig milieu
- geen direct contact met de omgeving, het moet een cellaag doordringen
- effector
- uitvoerder
- negatieve terugkoppeling
- een toename van het resultaat zorgt voor een remming van het proces
- positieve terugkoppeling
- een toename van het resultaat zorgt voor een versterking van het proces
- uitwendig milieu
- de omgeving
- signaalstoffen
- zorgen voor communicatie tussen stoffen
- doelwitorgaan
- organen waarvan de receptoren de hormonen laten binden
- endocriene klier
- hormoonklier geeft hormonen direct af (secretie) aan het bloed
- exocriene klier
- klier met afvoerbuis, uitscheiding (excretie)
- steroidhormonen
- daar zit de receptor in het cytoplasma
- peptide of eiwithormonen
- daar zit de receptor in het celmembraan
- second messenger
- in het celmembraan wordt een signaalmolecuul gevormd
- signaalcascade
- een signaal wordt via meerdere schakels doorgegeven
- hormoonstelsel
- bestaat uit hormoonklieren
- hypothalamus
- regelt de afgifte van hormonen door de hypofyse
- releasing hormoon
- stimuleren endocriene klier om bepaalde hormonen te maken
- schildklierhormoon
- dit beinvloedt de stofwisseling
- adrenaline
- een hormoon met snelle, kortdurende werking dat de stofwisseling bevordert
- zenuwstelsel
- een communicatienetwerk dat allen delen van het lichaam verbindt
- centrale zenuwstelsel
- grote- en kleine hersenen, herstenstam en ruggenmerg
- perifere zenuwstelsel
- zenuwen die alle delen van het lichaam verbinden met het centrale zenuwstelsel
- animale zenuwstelsel
- regelt bewuste reacties
- autonome zenuwstelsel
- regelt de werking van inwendige organen (hartslag) dus onbewuste reacties
- prikkel
- invloed uit het milieu op organisme
- impulsen
- elektrische signalen
- signaalverwerking
- opvangen van prikkels en het tot stand komen van gedrag
- receptor
- zintuigcellen (ontvangers) die prikkels opvangen en omzetten in impulsen
- neuronen
- zenuwcellen
- neurotransmitters
- signaalmoleculen die worden afgegeven door impulsen
- synapsen
- de vertakkingen van een axon eindigen in synapsen
- sensorische neuronen (gevoel)
- geleiden impulsen van receptor naar centrale zenuwstelsel
- schakelneuron
- geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel
- motorische neuronen (beweging)
- geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren
- grote hersenen
- bewustwording van waarnemingen die je doet. spieren worden aangestuurd voor beweging
- kleine hersenen
- handhaven van evenwicht en het coordineren van beweging
- reflexboog
- de weg die impulsen afleggen bij een reflex
- orthosympatrisch zenuwstelsel
- beinvloedt organen dat het lichaam activiteit kan verichten, is energie voor nodig
- parasympatrisch zenuwstelsel
- beinvloedt organen zodat het lichaam in rust komt en kan herstellen
- impulsgeleiding
- zorgt ervoor dat het zenuwstelsel kan communiceren
- rustpotentiaal
- neuronen die geen impuls geleiden, dit wordt in stand gehouden door natrium-kaliumpompen en ionenpompen
- actiepotentiaal
- het verschil in elektrische waarde neemt af tot drempelwaarde
- refractie periode
- herstelfase, waarin een deel van het celmembraan de ionenverdeling nog niet heeft bereikt
- prikkeldrempel
- als de drempelwaarde niet wordt gehaald
- sprongsgewijze impulsgeleiding
- een impuls springt van insnoering naar insnoering
- glad spierweefsel
- langwerpig spiercellen, met celkern
- dwarsgestreept spierweefsel
- speelt een rol bij handhaven lichaamshouding en warmteproductie
- tonus
- spierspanning, spier oefent lichte kracht uit op aanhechtingsplaatsen van de pezen
- peesspoeltjes
- voor de overgang van pees naar spier
- antagonisten
- spieren waarvan de concentratie tegenovergesteld is
- langzame (rode) spiervezels
- goed doorbloed, veel mitochondrien en niet snel vermoeid
- snelle (witte) spiervezels
- minder doorbloed, minder mitochondrien en sneller vermoeid, kunnen sneller samentrekken
- krachttraining
- maakt spiervezels dikker
- duurtraining
- uithoudingsvermogen
- warming up
- stimuleert de bloedsomloop
- cooling down
- zorgt dat het lichaam in rust komt en goed kan herstellen
- doping
- gebruiken sporters om prestaties te bevorderen