5. Nigeria: rijk en toch arm
Publiek
Woorden in deze lijst (48)
Origineel
- afzetmarkt
- De klanten die producten wil kopen.
- analfabetisme
- Het percentage van de bevolking onder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken door een gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook economische migrant.
- artsendichtheid
- Het aantal artsen per duizend inwoners.
- autonomie
- Vrijheid van een land of gebied om eigen wetten en regels te bepalen. Heet ook zelfbestuur.
- basisbehoefte
- Iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.
- beroepsbevolking
- Mensen die betaald werk (willen) doen.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- braindrain
- Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een land per jaar samen verdienen.
- buitenlandse investering
- Investering van een buitenlands bedrijf in een land.
- corruptie
- Het stiekem aannemen van geld en in ruil daarvoor mensen voortrekken of diensten bewijzen.
- deelstaat
- Gebied binnen een land dat voor een deel zelfbestuur (autonomie) heeft. Er is een hoofdstad, er zijn ministeries en er zijn eigen wetten en regels.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten. Heet ook tertiaire sector.
- diversificatie
- Het minder eenzijdig maken van de economie.
- duurzame hulp
- Hulp waar een land blijvend iets aan heeft. Heet ook structurele hulp.
- economische migrant
- Iemand die ergens anders gaat werken door een gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook arbeidsmigrant.
- etnische groep
- Deel van een volk dat in een ander land (bij elkaar) woont.
- etnische minderheid
- Etnische groep die in een land in de minderheid is.
- export
- Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
- import
- Invoer van goederen en diensten uit een ander land.
- industrie
- Het maken van goederen met machines in fabrieken.
- informele sector
- Ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. Mensen betalen geen belasting, maar hebben ook geen recht op uitkeringen.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.
- invoerheffing
- Belasting op producten die in een land worden ingevoerd.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- landbouw
- Het houden van dieren of het verbouwen van gewassen voor menselijk gebruik.
- mangrove
- Boom die langs tropische kusten leeft in zout water.
- multiculturele samenleving
- Samenleving van mensen uit verschillende culturen.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- noodhulp
- Hulp om te kunnen overleven bij een hongersnood of na een natuurramp.
- ondervoeding
- Minder energie of voedingsstoffen binnenkrijgen dan nodig is om gezond te blijven.
- ontwikkelingskenmerk
- Kenmerk waarmee je de armoede of rijkdom in een gebied kunt meten.
- ontwikkelingssamenwerking
- Rijke landen werken samen met arme landen om hen te helpen hun levensomstandigheden te verbeteren.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- savanne
- Landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- steppe
- Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- structurele hulp
- Hulp waar een land blijvend iets aan heeft. Heet ook duurzame hulp.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten. Heet ook dienstensector.
- tropisch regenwoud
- Dicht, ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen.
- vrije wereldhandel
- Handelssysteem waarbij alle landen in de wereld met elkaar handel kunnen drijven, zonder dat ze elkaar belemmeren.
- welvaart
- Mate waarin iemand genoeg geld heeft om in zijn behoeften te kunnen voorzien. Gaat over het inkomen van mensen.
- welzijn
- Mate waarin iemand toegang heeft tot de basisbehoeften. Gaat over gelukkig en gezond kunnen leven.
- werkgelegenheid
- De aanwezigheid van banen.
- zelfvoorzienend
- Kunnen voorzien in de eigen behoeften. Hier: land waarin voldoende voedsel voor de eigen bevolking wordt geproduceerd en dat dus geen voedsel hoeft te importeren.
- zuigelingensterfte
- Het gemiddelde aantal kinderen dat in het levensjaar overlijdt, per duizend levendgeborenen, per jaar.