Lernliste NL - DU (enk.vd)

Publiek
42
Woorden in deze lijst (68)
Origineel
- de handschoen
- der Handschuhe
- de laars
- der Stiefel
- de ring
- der Ring
- de rok
- der Rock
- de schoen
- der Schuhe
- de sieraden
- der Schmuck
- de trui
- der Pullover
- de blouse
- die Bluse
- de bril
- die Brille
- de broek
- die Hose
- de capuchon
- die Kapuze
- de jack, vest
- die Jacke
- het kapsel
- die Frisur
- de ketting
- die Kette
- de maat
- die Größe
- de mode
- die Mode
- de muts, pet
- die Mütze
- de hoofddoek
- das Kopftuch
- de jurk
- das Kleid
- het oog
- das Auge
- het overhemd
- das Hemd
- het T-shirt
- das T-shirt
- het uiterlijk
- das Aussehen
- het haar
- die Haare
- de krullen
- die Locken
- de oorbellen
- die Ohrringe
- de sokken
- die Socken
- de spijkerbroek
- die Jeans
- aan hebben
- anhaben
- aantrekken
- anziehen
- dragen
- tragen
- eruitzien
- ausgesehen
- kunnen
- können
- moeten (het kan niet anders, noodzaak)
- müssen
- moeten (van een ander)
- sollen
- leuk vinden, lusten
- mögen
- mogen
- dürfen
- passen bij
- passen zu
- staan
- stehen
- uittrekken
- ausziehen
- weten
- wissen
- willen
- wollen
- willen (wens)
- möchten
- beter
- besser
- blond
- blond
- gekleurd
- bunt
- geruit
- kariert
- gestreept
- gestreift
- grappig
- lustig
- meestal
- meistens
- nieuw
- neu
- sportief
- sportlich
- te
- zu
- van leer
- aus Leder
- bruin
- braun
- grijs
- grau
- groen
- grün
- oranje
- orange
- paars
- violett
- aardig
- net
- groot
- groß
- jong
- jung
- klein
- klein
- mooi
- schön
- mooi, knap
- hübsch
- vriendelijk
- freundlich
- heel erg
- sehr
- niet
- nicht