Politieke Revoluties

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (37)
Origineel
- standensamenleving
- Samenleving die is verdeeld in drie groepen: geestelijkheid (eerste stand), adel (tweede stand) en burgers en boeren (derde stand). De eerste en de tweede stand hebben allerlei voorrechten.
- Privilege
- Voorrecht dat door de koning was verleen aan een geestelijke of een edelman.
- Ancien régime
- Een bestuur waarin de koning absolute macht heeft en sommige groepen (standen) speciale voorrechten hebben.
- bourgeoisie
- Groep van rijkere burgers. In Frankrijk aan het eind van de 18e eeuw: de bovenste laag van de derde stand.
- rationeel denken
- Logisch denken (niet afgaan op het gevoel of de traditie)
- Verlichting
- Manier van denken waarin geloof en traditie plaatsmaken voor logisch en verstandelijk redeneren. Verlichte burgers waren kritisch over kerk, bestuur en samenleving en wilden deze verbeteren.
- tolerantie
- Verdraagzaamheid
- natuurrecht
- Een recht dat ieder mens van nature heeft, zoals het recht op vrijheid of bezit.
- Scheiding van de machten
- Door Montesquieu bedachte verdeling van de bestuurlijke macht in drie delen: de macht om wetten te maken (volksvertegenwoordiging), de macht om wetten uit te voeren (regering) en da macht om wetsovertreders te bestraffen (rechters).
- trias politica
- Latijnse benaming voor de scheiding van de drie machten.
- censuur
- Het verbod door de regering op het openbaar maken van bijvoorbeeld teksten, toneel- en muziekstukken.
- publiek debat
- Discussie over problemen in de samenleving waaraan een groot deel van de bevolking meedoet.
- Amerikaanse Revolutie
- De opstand (1765-1783) van Britse kolonisten in Noord-Amerika tegen het Britse bestuur, die eindigde in de zelfstandigheid van de Verenigde Staten van Amerika.
- onafhankelijkheidsverklaring
- Een tekst waarin een groep bewoners van een gebied laat weten dat ze niet meer door anderen bestuurd wil worden. In Noord-Amerika: de tekst waarin de kolonisten aangaven dat de Britse regering niets meer te zeggen had in Amerika.
- Verenigde Staten van Amerika
- Federatie van vijftig Noor-Amerikaanse staten, die is ontstaan na de onafhankelijkheidsverklaring van dertien Britse kolonien in 1776.
- federatie
- Een samenwerkingsverband van staten die elk een eigen bestuur hebben, maar sommige taken hebben aan een gemeenschappelijk, nationaal (federaal) bestuur.
- president
- Letterlijk: voorzitter, iemand die een vergadering leidt. Vaak: de hoogste bestuurder in een Republiek.
- volksvertegenwoordiging
- Een officiele bijeenkomst van vertegenwoordigers van het volk, waar politieke besluiten worden genomen.
- Franse Revolutie
- Grote, plotselinge verandering van de samenleving en het bestuur in Frankrijk tussen 1789 en 1799.
- grondrecht
- Een basisrecht van elke burger, bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting.
- grondwet
- Document waarin is vastgelegd wat de rechtten en plichten van burgers zijn en hoe het bestuur is geregeld.
- gematigden
- Groep mensen die niet al te veel veranderingen tegelijk wil foorvoeren of die de samenleving geleidelijk wil veranderen.
- radicalen
- Groep mensen die snelle en grote veranderingen wil.
- Terreur
- De periode in de Franse Revolutie (1793-1794) waarin een kleine groep radicalen alle macht had en deze behield door tegenstanders met geweld angst aan te jagen
- patriot
- Nederlander die zich in de tweede helft van de 18e eeuw verzette tegen het bestuur van de stadhouder en regenten. Een patriot wilde dat het volk meer invloed op het bestuur kreeg en dat alle burgers dezelfde rechten zouden krijgen.
- Oranjegezinden
- Groep Nederlanders die tijdens de Republiek aan de kant stonden van de stadhouder uit het huis van Oranje. Ook wel prinsgezinde genoemd.
- Bataafse Republiek
- De Nederlandse republiek die gesticht door patriotten en heeft bestaan van 1795 tot 1806.
- eenheidsstaat
- Een land waarin overal dezelfde wetten en regels gelden en waarin het centrale bestuur het belangrijkste bestuur is.
- Bataafse Revolutie
- Grote verandering in de samenleving en het bestuur in Nederland vanaf 1795 tot 1798.
- staatsgreep
- Plotselinge verovering van de politiek macht in een land door één persoon of een kleine groep personen.
- dictatuur
- Een bestuur waarin één persoon (geen koning of keizer) of een kleine groep mensen alle macht heeft.
- Code Napoléon
- Een wetboek dat werd ingevoerd door Napoleon en dat uitging van het idee dat voor alle burgers dezelfde wetten gelden.
- Continentaal Stelsel
- Het door Napoleon uitgevaardigde verbod om vanaf het Europese vasteland handel te drijven met Groot Brittanie.
- burgerlijke stand
- Een lijst waarin het bestuur vastlegt wanner alle burgers zijn geboren, zijn getrouwd en zijn overleden.
- Koninkrijk der Nederlanden
- Nederland sinds 1815.
- continuiteit
- Onveranderlijkheid. Je spreekt van continuiteit als mensen gedurende langere tijd min of meer hetzelfde doen of denken.
- revolutie
- Een snelle verandering die grote gevolgen heeft.