Begrippenlijst 3.6

Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Parlementaire democratie
- De bevolking kiest de volksvertegenwoordigers. Uitgebrachte stemmen worden verdeeld over totale aantal zetels
- Parlement
- bestaat uit Eerste en Tweede Kamer
- Staten-Generaal
- De naam van Nederlandse parlement - bestaande uit Eerste en Tweede Kamer
- Tweede Kamer
- heeft 150 leden die voor 4 jaar worden gekozen. Zij bekijken elk voorstel voor een wet en mogen die goekeuren, afwijzen of veranderen - zie je meer in media dan 1e kamer, in de 2de kamer vinden meer debatten plaats en heeft meer macht.
- Eerste Kamer
- 75 leden, mogen een wetvoorstel niet veranderen, maar alleen in zijn geheel goed- of afkeuren. Hun taak is vooral om te kijken of er geen fouten of onduidelijkheden in staan --- heeft minder macht dan tweede kamer, in Tweede Kamer daar vinden meeste debatten plaats en daarom zie je 2de kamer vaker in de media
- Senaat
- Andere naam voor Eerste Kamer
- fractie
- Kamerleden die voor een bepaalde partij in het parlement zitten vormen samen een fractie
- regeringspartij
- Een politieke partij die deel uitmaakt van de regering en ministers levert.
- oppositiepartij
- Alle partijen die niet in der regering zitten. Dit betekent dat zij vaker kritische vragen stellen en tegen plannen van de regering stemmen.
- trias politica
- De scheiding van de machten tussen wetgevende macht (parlement), uitvoerende macht (regering) en rechtsprekende macht. In Nederland wordt dit niet strikt doorgevoerd! WAAROM? ministers hebben zowel wetgevende macht als uitvoerende macht. De wetgevende macht delen ze met parlement.
- stemrecht van Eerste en Tweede Kamer
- Stemrecht bij wetsvoorstellen. Dit houdt in dat 1e en 2e kamer recht hebben een wetsvoorstel te aanvaarden of te verwerpen. Bij Tweede Kamer is wetsvoorstel aangenomen als meer dan helft voor stemt, dus 76 (150/
2=75 en dan 1 meer) - budgetrecht van Eerste en Tweede Kamer
- Budgetrecht om de rijksbegroting wel of niet goed te keuren
- recht van initiatief
- Recht van de Tweede Kamer. Recht van initiatief is om zelf een wetsvoorstel in te dienen. Praktijk meeste voorstellen van minister (zij hebben duizenden ambtenaren) en kamerlid slechts enkele medewerkers
- recht van amendement
- Recht van de Tweede Kamer, hiermee kan de Tweede Kamer zelf een wetsvoorstel "amederen" of terwijl wijzigen. Als meerderheid amendement aanneemt moet het voorstel worden aangpast.
- recht om vragen te stellen
- Recht om vragen te stellen aan ministers en staatssecretaressen. Schriftelijk of mondeling, bijv tijdens vragenuurtje. 2de kemer jaarlijks zo'n 3000 vragen, 1e kamer jaarlijks 10 a 20
- recht om motie in te dienen
- Dit is een verzoek aan de minister om iets wel of niet te doen. Een mister mag zelf bepalen of hij motie uitvoert.
- recht van interpellatie
- met dit recht kunnen Kamerleden een spoeddebat aanvragen over een actuele kwestie. Minimaal 30 Kamerleden moeten dit steunen.
- recht van onderzoek en enquête
- geeft de Kamer de mogelijkheid om een ondetdeel van het regeringsbeleid grondig te onderzoeken. Bijv gaswinning Groningen, Toeslagenaffaire. Een commissie avn Kamerleden verhoort onder ede kabinetsleden, voorgangers, ambenaren en andere betrokkenen.
- politieke cultuur
- de manier waarop politici met elkaar omgaan
- poldermodel
- Typisch voor Nederlandse politieke cultuur is dat onze politici veel overleggen en compromissen sluiten waarbij alle partijen beetje moeten toegeven.
- motie van wantrouwen
- Hiermee zeggen kamerleden het vertrouwen in een ministers op, bijv als er verkeerde informatie aan Kamer is gegeven. Als meerderheid Kamer dit steunt dan moet de minister opstappen. Dit recht betekent dat parlment en dus indirect het volk het laatste woord heeft.