Begrippen van Zuur-basereacties
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Base (aminen/
ammoniak) - De hele molecuulformule wordt genoteerd, omdat het stikstofatoom een extra H+ kan opnemen.
- Base (vast zout)
- Bij een vast zout wordt de hele formule genoteerd, bijvoorbeeld CaCO3.
- Base (zoutoplossing)
- Bij een zoutoplossing wordt alleen het basische (negatieve) ion genoteerd als het zout oplost volgens tabel 45.
- Calciumcarbonaat (CaCO3)
- Kalk, een vast zout dat reageert met zuren, zoals in het voorbeeld van standbeelden die vervagen door zuurregen.
- Geconjugeerd zuur (van de base)
- Het deeltje dat ontstaat nadat een base alle mogelijke H+-ionen heeft opgenomen.
- H+-overdracht
- Het proces waarbij een zuur een H+-ion afstaat en een base dit H+-ion opneemt.
- Koolzuur (H2CO3)
- Een instabiel zuur dat ontstaat bij de reactie van carbonaat met H+, en vervolgens uiteenvalt in H2O en CO2 (gas).
- Natrium-, kalium- en nitraationen
- Ionen die nooit een neerslag vormen omdat ze altijd in oplossing blijven volgens tabel 45.
- Neerslag
- De vorming van een vaste stof uit ionen in oplossing, waarbij negatieve en positieve ionen samen een onoplosbaar zout vormen.
- SO2-uitstoot
- Uitstoot van zwaveldioxide, dat in combinatie met zuurstof en water zwavelzuur (H2SO4) vormt in regenwater, wat leidt tot aantasting van calciumcarbonaat.
- Sterk zuur
- Een zuur dat volledig dissocieert in water, genoteerd als H3O+ in reacties.
- Waardigheid (base)
- Het aantal H+-ionen dat een base kan opnemen om neutraal te worden.
- Waardigheid (zuur)
- Het aantal H+-ionen dat een zuur kan afstaan; gelijk aan het aantal H-atomen (voor anorganische zuren) of COOH-groepen (voor organische zuren).
- Zuurrestion
- Het deeltje dat overblijft van een zuur nadat het een H+-ion heeft afgestaan (ook wel geconjugeerde base genoemd).
- Zwak zuur
- Een zuur dat niet volledig dissocieert in water, genoteerd met zijn molecuulformule.
- Zwavelzuur (H2SO4)
- Een sterk zuur dat ontstaat uit SO2, zuurstof en water, en reageert met calciumcarbonaat, waardoor bijvoorbeeld standbeelden vervagen.