AK v6 H6

Publiek
11
Woorden in deze lijst (52)
Origineel
- Spaanse benaming voor een hoogvlakte (zie ook hoogvlakte)
- altiplano
- stollingsgesteente (uitvloeiingsgesteente) dat kan ontstaan bij vulkaanuitbarstingen door subductie en kenmerkend is voor de Andes
- andesiet
- Spaanse benaming voor een gebergteketen
- cordillera
- gesteente met een dusdanig hoge concentratie van een bepaalde grondstof (meestal een metaal) dat die op economisch rendabele wijze gewonnen kan worden
- erts
- de endogene en exogene processen die zorgen voor hoge concentraties van grondstoffen in bepaalde gesteenten
- ertsvorming
- energiebron als steenkool, aardolie en aardgas die ontstaan is uit miljoenen jaren oude resten van planten en dieren
- fossiele energiebronnen
- lijnvormig gebergte
- gebergteketen
- een gebied met weinig reliëf dat meer dan 500 meter boven zeeniveau ligt
- hoogvlakte(altiplano)
- de winning van grondstoffen in de ondergrond
- mijnbouw
- een groot deel van het continent waar sinds het Cambrium (542 miljoen jaar geleden) geen gebergtevorming meer heeft plaatsgevonden
- schild
- sedimentbekken rond een gebergte, bij de Andes vind je deze vooral aan de oostzijde
- voorlandbekken
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie, gelegen in het (noord)oosten van Brazilië tussen de regenwouden van het Amazonegebied en het Atlantische kustgebergte (zie ook savanne)
- caatinga
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie gelegen in het hoogland van Brazilië
- cerrado
- toestand van de equatoriale Grote Oceaan, waarbij in plaats van de normale stroming van oost naar west, het oceaanwater van west naar oost richting Peru stroomt en daar opwelling van koud diepzeewater belemmert
- El Niño
- gebieden tussen bepaalde hoogtelijnen die een voor die hoogte kenmerkende vegetatie hebben
- hoogtezones
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie, gelegen in Venezuela
- llanos
- tropische bossen in een gebied aan zee dat periodiek onder (zout)water loopt
- mangrove
- Spaanse benaming voor een steppe in Zuid-Amerika, de belangrijkste is de pampa van Argentinië (zie ook steppe)
- pampa
- landschap dat bestaat uit grasland met verspreid staande bomen (zie ook llanos ,cerrado en caatinga)
- savanne
- Spaanse benaming voor het belangrijkste tropisch regenwoud van Zuid-Amerika ,gelegen in het Amazonegebied (zie ook tropisch regenwoud)
- selva
- landschap dat bestaat uit grasland zonder bomen (zie ook pampa)
- steppe
- warm en vochtig bos, dat bestaat uit verschillende vegetatielagen en veel verschillende soorten bevat (zie ook selva)
- tropisch regenwoud
- verschillende bevolkingsgroepen die zich van elkaar onderscheiden door cultuur; vaak is culturele diversiteit nauw verweven met etnische diversiteit
- culturele diversiteit
- verschillende bevolkingsgroepen die zich van elkaar onderscheiden door afkomst; vaak is etnische diversiteit nauw verweven met culturele diversiteit
- etnische diversiteit
- Braziliaanse benaming voor zelfbouwwijk (zie ook zelfbouwwijk)
- favela
- beeld van een gebied op basis van controleerbare informatie over de ligging van het gebied,de ruimtelijke kenmerken ervan en de samenhang daartussen
- geografisch beeld
- het ruimtelijk beeld dat een persoon van een bepaald gebied in zijn geheugen heeft opgeslagen
- mental map
- de manier waarop je iets waarneemt en ervaart
- perceptie
- een algemene karakterisering van een gebied of van een groep mensen die niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt
- stereotiep beeld
- een niet door de overheid gereguleerde woonwijk,vaak gekenmerkt door slechte leefomstandigheden en gelegen op ongunstige locaties (zie ook favela)
- zelfbouwwijk
- de afname van het belang van de landbouw voor het bbp en de werkgelegenheid
- de-agrarisatie
- het type producten dat een land uitvoert
- exportpakket
- het verhogen van de toegevoegde waarde van exportgoederen, bijvoorbeeld door bewerking van grondstoffen
- exportvalorisatie
- maat voor de inkomensongelijkheid in een land of regio, waarbij 0 overeenkomt met volledige inkomensgelijkheid en 1 met maximale inkomensongelijkheid
- Gini-coëfficiënt
- de wijze waarop het grondbezit is verdeeld onder de bevolking
- grondbezitverhouding
- het overzicht van de waarde van de in- en uitvoer van goederen en diensten van een land
- handelsbalans
- het type producten dat een land invoert
- importpakket
- het vervangen van importgoederen door eigen productie
- importsubstitutie
- de toename van het belang van de industrie voor het bbp en de werkgelegenheid
- industrialisatie
- spontaan gebouwde ,illegale stadswijken waar de bewoners geen eigendomsrechten hebben op de huizen en/
of de grond die ze bewonen; voorzieningen en infrastructuur ontbreken of zijn van een laag niveau. De wijken liggen vaak op plekken die gevoelig zijn voor aardverschuivingen of overstromingen - informal city
- de niet-officiële economie
- informele sector
- de omstreden aankoop of pacht van enorme stukken grond door machtige, vaak buitenlandse partijen, met tegenwoordig vaak als doel grootschalige landbouwbedrijven te beginnen en/
of de toegang tot grondstoffen veilig te stellen - landgrabbing
- grafische weergave van de inkomensongelijkheid in een land of regio
- Lorenzcurve
- mogelijkheid een andere maatschappelijke positie in te nemen
- sociale mobiliteit
- mensen uit de bovenlaag bewijzen een persoon of een groep mensen een dienst in ruil voor politieke steun(stemmen); de bevoorrechte positie die de elite hierdoor verwerft, wordt gebruikt om zichzelf te verrijken
- cliëntelisme
- regeringsvorm waarin alle macht bij één persoon of bij een kleine groep mensen berust, bijvoorbeeld een politieke partij, junta of familie
- dictatuur
- een transparante manier van besturen waarbij de bevolking over middelen beschikt om het regeringsbeleid te controleren en te beoordelen
- good governance
- een economisch beleid waarbij de overheid terugtreedt en het bedrijfsleven veel ruimte krijgt door bijvoorbeeld privatisering van staatsbedrijven, vrijhandel, verkleining/
afschaffing van overheidssubsidies, verlaging van winstbelasting - neoliberalisme
- regering die bestaat uit een kleine groep rijke en invloedrijke personen die alle macht heeft
- oligarchie
- proces waarbij de tegenstellingen tussen politieke groeperingen steeds sterker worden en leiden tot oplopende spanningen en onenigheid
- politieke polarisatie
- politieke stroming waarbij een leider zich opwerpt als de stem van 'het volk'. De gevestigde orde (bijvoorbeeld andere politici, media en de rechterlijke macht) wordt voorgesteld als corrupt en als vijand van het volk
- populisme
- de toename van het belang van de dienstensector voor het bbp en de werkgelegenheid.
- tertiarisering