Begrippen - 5 Industrialisatie en emancipatie
Publiek
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- algemeen kiesrecht
- Situatie waarin alle volwassen burgers (mannen en vrouwen) het recht hebben om hun stem uit te brengen bij verkiezingen.
- arbeidersklasse
- De groep mensen die zelf geen productiemiddelen bezitten en alleen geld kunnen verdienen door hun arbeid te verkopen.
- burgerlijk gezinsideaal
- Het in de 19e eeuw algemeen geldende idee dat de man het hoofd van het gezin moest zijn, zodat vrouwen zich op het huishouden en de opvoeding van de kinderen kunnen richten.
- censuskiesrecht
- Kiesrechtsysteem waarbij alleen mensen met voldoende vermogen mogen stemmen.
- communisme
- Stroming binnen het socialisme die het lot van de arbeidersklasse wil verbeteren door middel van een revolutie, die moet leiden tot een klasseloze samenleving en gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen.
- confessionalisme
- Politieke stroming waarbij het geloof (rooms-katholiek of protestants) uitgangspunt is voor het politieke handelen.
- conservatisme
- Behoudende politieke stroming die zich keerde tegen de maatschappelijke vernieuwingen van de Franse Revolutie, het liberalisme en het socialisme.
- constitutionele monarchie
- Staatsvorm met aan het hoofd een vorst die zijn of haar functie uitoefent op basis van erfrecht, en waarin die macht wordt beperkt door een grondwet (constitutie).
- democratisering
- De uitbreiding van het kiesrecht over een steeds grotere groep burgers.
- economisch liberalisme
- Het streven naar een economisch systeem waarbij de staat zich zo min mogelijk bemoeit met de economie en de ondernemer maximale vrijheid heeft.
- eerste feministische golf
- De feministische beweging in de periode 1840-1920, waarbij feministen streden voor meer rechten voor vrouwen, zoals het kiesrecht.
- emancipatiebeweging
- Beweging die streeft naar de juridische en sociale gelijkberechtiging van achtergestelde groepen, zoals slaafgemaakten, vrouwen, arbeiders en religieuze groepen.
- feminisme
- Politieke beweging die zich ten doel stelt de achtergestelde positie van vrouwen te verbeteren, in de eerste plaats via hervorming van het kiesrecht.
- handelingsonbekwaamheid
- De wettelijke bepaling dat gehuwde vrouwen niet zelfstandig een rechtshandeling konden verrichten, zoals het tekenen van een overeenkomst.
- industrialisatie
- Mechanisering van de arbeid.
- industriële revolutie
- Grote verandering in de samenleving waarbij industrie en verkeer steeds meer worden gemechaniseerd.
- industriële samenleving
- Samenleving waarin industrie het voornaamste bestaansmiddel is.
- middenklasse
- De groep geschoolde mensen die bijvoorbeeld als boekhouder of ingenieur in fabrieken werken of als onderwijzer, ambtenaar of winkelier in de steden.
- ministeriële verantwoordelijkheid
- Staatkundige afspraak dat de ministers slechts aan het parlement verantwoording verschuldigd zijn voor hun eigen politieke handelen en dat van de koning.
- modern kapitalisme
- Een economisch systeem waarin ondernemers geld investeren in de productie van goederen met als doel zoveel mogelijk winst te maken.
- parlementaire democratie
- Vorm van bestuur waarbij de macht ligt bij een volksvertegenwoordiging (parlement) die door alle of een groot deel van de burgers is gekozen.
- politiek liberalisme
- Politieke stroming die het opneemt voor de vrijheid van het individu tegenover de macht van de staat.
- Restauratie
- Herstel van de maatschappelijke en politieke verhoudingen van vóór de Franse Revolutie.
- sociaal-democratie
- Stroming binnen het socialisme die langs parlementaire weg opkomt voor de arbeidersklasse.
- sociale kwestie
- Het vraagstuk van de slechte werk- en leefomstandigheden van arbeiders.
- socialisme
- Politieke stroming die opkomt voor de arbeidersklasse, hetzij door een revolutie, hetzij door te streven naar kiesrechtuitbreiding en hervormingen langs parlementaire weg.
- vakbond
- Organisatie van arbeiders die samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden en meer loon.
- verzuiling
- Een maatschappelijke en politieke situatie waarin katholieken, protestanten, socialisten en liberalen zich hebben teruggetrokken in hun eigen organisaties en waarin alleen de leiders van deze organisaties nog onderling contact hebben.