Het centrale zenuwstelsel
Publiek
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- Centrale zenuwstelsel (CZS)
- Bestaat uit de neuronen van de hersenen en het ruggenmerg met hun ondersteunende gliacellen.
- Perifere zenuwstelsel
- Bestaat uit de zenuwen die het centrale zenuwstelsel met de organen en weefsels verbinden.
- Grijze stof
- Deel van het zenuwstelsel waarin de cellichamen van miljarden neuronen liggen.
- Witte stof
- Deel van het zenuwstelsel dat bestaat uit de uitlopers van neuronen met daaromheen een isolerend omhulsel van myeline.
- Myeline
- Vettig, isolerend omhulsel om de uitlopers van neuronen.
- Bloed-hersenbarrière
- Barrière gevormd door endotheelcellen en astrocyten die de hersencellen beschermt door selectief stoffen door te laten.
- Tight junctions
- Eiwitverbindingen die de endotheelcellen van de haarvaten in de hersenen strak met elkaar verbinden om de bloed-hersenbarrière te vormen.
- Astrocyten
- Speciale gliacellen waarvan de uitlopers een ring rond de haarvaten in de hersenen vormen en de bloed-hersenbarrière ondersteunen.
- Grote hersenen
- Deel van de hersenen dat informatie uit de omgeving ordent en verwerkt en waar processen als logisch redeneren, wil, bewustzijn en geheugen plaatsvinden.
- Hersenbalk
- Verbinding tussen de twee helften van de grote hersenen.
- Hersenschors
- Het grijze deel aan de buitenzijde van de grote hersenen waarin zich verschillende centra bevinden.
- Beloningscentrum
- Groep neuronen in de grote hersenen betrokken bij positieve emoties die gedrag beloont met een positief gevoel.
- Primaire centra
- Gebieden in de hersenschors waar bewustwording van zintuiglijke impulsen plaatsvindt.
- Secundaire centra
- Gebieden in de hersenschors waar herkenning van waargenomen zintuiglijke impulsen plaatsvindt.
- Motorprogramma's
- Opgeslagen informatie in de secundaire motorische schors over de coördinatie van complexe handelingen.
- Thalamus
- Hersendeel dat selecteert welke impulsen uit de zintuigen naar de hersenschors gaan.
- Hypothalamus
- Hersendeel betrokken bij de homeostase en het regelen van lichaamswaarden zoals temperatuur en bloeddruk.
- Kleine hersenen
- Deel van de hersenen dat bewegingen coördineert door impulsen uit zintuigen en de grote hersenen te koppelen.
- Hersenstam
- Verbinding tussen de grote en kleine hersenen en het ruggenmerg, bevattende centra voor vitale functies zoals ademhaling en hartslag.
- Zwervende zenuw
- De twaalfde hersenzenuw die verbinding maakt met inwendige organen zoals het hart, de longen en verteringsklieren.
- Ruggenmerg
- Deel van het centrale zenuwstelsel dat de hersenen verbindt met het perifere zenuwstelsel en beschermd wordt door de wervelkolom.
- Spinaal ganglion
- Verdikking aan de rugzijde vlak voor het ruggenmerg waarin de cellichamen van sensorische neuronen bij elkaar liggen.
- Grensstrengen
- Zenuwbanen met ganglia aan beide zijden buiten het ruggenmerg die impulsen naar spieren in organen geleiden.
- Ganglia
- Zenuwknopen die buiten het centrale zenuwstelsel liggen, zoals in de grensstrengen.
- Reflex
- Een reactie op een prikkel zonder of voordat het leidt tot bewustwording.
- Reflexboog
- De korte weg die impulsen bij een reflex afleggen van zintuigcellen via neuronen naar spier- of kliercellen.
- Aangeboren reflexen
- Reflexen die vanaf de geboorte aanwezig zijn, zoals de hoestreflex.
- Aangeleerde reflexen
- Handelingen die door oefening zijn opgeslagen in motorprogramma's en als een reflex worden uitgevoerd.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–