4. Grenzeloos Europa?
Publiek
Woorden in deze lijst (61)
Origineel
- afzetmarkt
- Het aantal klanten dan producten wil kopen.
- agglomeratievoordeel
- Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook economische migrant.
- asielzoeker
- Iemand die op de vlucht is en bescherming (asiel) vraagt in een ander land.
- bevolkingskrimp
- Krimp van de bevolking.
- binnenstad
- Het centrum van een stad.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een land per jaar samen verdienen.
- central business district (cbd)
- Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad. Heet ook stadscentrum of centrale zakenwijk.
- centrale zakenwijk
- Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad.
- cityvorming
- Verstedelijking van de woonfunctie in een gebied door kantoren en winkels.
- commerciële dienstverlening
- Dienstverlening met als doel geld te verdienen, zoals handel, banken, transport, winkels en horeca.
- commune
- Politieke vorm waarbij de staat alle bedrijven bezit en bepaalt welke producten worden gemaakt.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- demografische krimp
- Krimp van de bevolking. Heet ook bevolkingskrimp.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.
- dimensie
- De invalshoek van waaruit je naar een gebied of een onderwerp kijkt.
- economisch machtsblok
- Gebied dat economisch sterk is doordat er veel goederen worden geproduceerd en er een grote, koopkrachtige markt is.
- economisch systeem
- De manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- economische migrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook arbeidsmigrant.
- economische vluchteling
- Een persoon die in een veilig land woont, maar naar een ander land vertrekt om daar een beter bestaan op te bouwen.
- Europese integratie
- De ontwikkeling om in Europa tot meer eenheid te komen.
- Europese Unie (EU)
- Politiek en economisch samenwerkingsverband tussen 28 landen in Europa.
- export
- Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
- Fort Europa
- Bijnaam voor de EU, die het grondgebied met strenge bewaking en wetten probeert af te sluiten voor migranten.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners verdrongen worden.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- industrie
- Het produceren van goederen met behulp van machines in een fabriek.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.
- interne markt
- Personen, goederen, diensten en geld mogen binnen de Europese Unie zonder controle de grens over.
- kennismigrant
- Arbeidsmigrant die vanwege zijn kennis verhuist.
- lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- migratie
- Verhuizen van de ene woonplaats naar een andere.
- mijnbouw
- Winning van delfstoffen.
- multicultureel
- Mensen uit verschillende culturen die met elkaar samenleven.
- multinational
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen.
- multinationale onderneming
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen. Heet ook multinational.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen.
- ontgroening
- Afname van het aandeel jongeren (onder de 20 jaar) in de bevolking.
- ontheemde
- Vluchteling die in het eigen land verblijft.
- oude woonwijk
- Stadswijk met een hoge woningdichtheid, gebouwd voor arbeiders tijdens de industrialisatie (in Duitsland tussen 1870 en 1920).
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, en waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt; communistisch productiesysteem.
- primaire sector
- Werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald.
- quartaire sector
- Dienstverlenende instanties en bedrijven die geen winst maken.
- re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- Schengenland
- Land in Europa dat zijn grens met een ander Europees land heeft opgeheven.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- seizoenmigratie
- Migratie voor een korte periode naar een ander gebied om seizoengebonden werk te doen, zoals druiven plukken in het najaar.
- selectieve migratie
- Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/
of geslacht. - staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- stadscentrum
- Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad.
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in de stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.
- suburbanisatie
- De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vertrekoverschot
- Wanneer er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er zich vestigen.
- vestigingsoverschot
- Wanneer er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- vluchteling
- Iemand die vanwege oorlog, godsdienst, etnische groep, nationaliteit, seksuele geaardheid of meningsuiting vlucht uit zijn land.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarin bedrijven eigendom zijn van personen en de ondernemers zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden; kapitalistisch productiesysteem.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.