FLEX-boek - 6 vwo 4.1 - Rivieren: wateroverlast en beleid - 7.1
Publiek
Woorden in deze lijst (42)
Origineel
- afvoerbevorderen
- het zo snel mogelijk afvoeren van water naar een ander gebied of de zee
- benedenloop
- laagste deel van een rivier, net voordat de rivier in de zee stroomt
- bergen/
opslaan - het tijdelijk opslaan van water in retentiebekkens of gegraven poelen
- binnendijks
- het gebied dat door winterdijken tegen de rivier wordt beschermd
- bovenloop
- het begin van een rivier, het bovenste deel dat meestal in de bergen stroomt
- buitendijks
- het gebied tussen de winterdijken waar de rivier stroomt
- debiet
- de totale hoeveelheid water die een rivier afvoert op een bepaalde plek per tijdseenheid [sec]
- Deltaprogramma
- programma van overheden en andere organisaties met aanbevelingen om Nederland te beschermen tegen hoog water en te zorgen voor voldoende zoetwater
- dwarsprofiel
- de doorsnede loodrecht op de rivier; bestaat uit winterdijken, uiterwaarden en zomerdijken
- Hoogwaterbeschermingsprogramma
- een samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de 21 waterschappen, waarbij alle primaire waterkeringen voor 2050 worden versterkt
- integraal waterbeheer
- hierbij worden overstromingen, wateroverlast, droogte en waterkwaliteit in samenhang bestudeerd, waarbij rekening wordt gehouden met de invloed van klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en menselijk handelen
- IPCC
- Intergovernmental Panel on Climate Change: een organisatie van de Verenigde Naties waarin honderden wetenschappers de risico's van klimaatverandering evalueren en rapporteren
- kanalisatie
- het nemen van maatregelen gericht op het reguleren van het waterpeil voor de scheepvaart door middel van stuwen, sluizen en het afsnijden van bochten
- klimaatverandering
- geleidelijke of abrupte verandering van het klimaat als het gevolg van natuurlijke en/
of menselijke processen - KNMI
- Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut: wetenschappelijk instituut dat onderzoek doet naar het weer en klimaat
- kribben
- dammen loodrecht op de rivieroever die moeten voorkomen dat de oever afkalft en die er tevens voor zorgen dat het meeste water in het midden van de rivier blijft stromen
- lengteprofiel
- de doorsnede van een rivier vanaf de bron tot de monding, bestaande uit boven-/
midden-/ benedenloop - menselijk handelen
- maatregelen die door de mens worden getroffen
- Middenloop
- middelste deel van een rivier, tussen boven- en benedenloop
- onregelmatiger neerslagregiem
- de verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode, bijvoorbeeld een jaar wordt onregelmatiger
- regiem
- de schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende een jaar
- Rijkswaterstaat
- het uitvoerende agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat zorgt voor onze wegen, vaarwegen en de bescherming tegen overstromingen
- Ruimte voor de rivier
- het programma waarin Rijkswaterstaat samen met waterschappen, gemeentes en provincies onze rivieren op ruim dertig plaatsen meer ruimte geeft. Bijvoorbeeld door het verleggen van dijken, graven van nevengeulen en verdiepen van uiterwaarden
- sparen
- het beperken van het verlies van water
- stroomgebied
- gebied waarbinnen al het regen- en smeltwater via een hoofdrivier naar zee stroomt
- stroomstelsel
- een rivier met al haar zijrivieren
- stuw
- een vaste of regelbare dam in de rivier voor het regelen van het waterpeil en de waterafvoer
- temperatuurstijging
- stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde
- toekomstscenario's
- mogelijk beeld van hoe de toekomst eruit kan zien [op het gebied van klimaatverandering]
- uiterwaard
- gebied tussen de rivier en de winterdijk dat overstroomt wanneer de rivier buiten haar oevers treedt
- vasthouden/
retentie - maatregelen om te voorkomen dat te veel water te snel in het watersysteem terechtkomt
- verhang
- het gemiddelde verval per kilometer [eenheid: m/
km] - verhoogde en versnelde piekafvoer
- de maximale afvoer tijdens een hoogwaterperiode neemt toe in kortere tijd
- verstening
- door toegenomen verstedelijking neemt het oppervlakte van straten en wegen toe, waardoor regenwater sneller afspoelt
- vertragingstijd
- de hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen
- verval
- het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier [eenheid: m]
- waterafvoer
- de hoeveelheid water die een rivier afvoert
- waterkering
- een dam, dijk of andersoortige kering die water tegenhoudt
- waterschap
- een overheidsinstantie die de waterhuishouding regelt in een bepaald gebied. Zij zorgt voor veiligheid, voldoende water, schoon water en werkt samen met andere overheden, zoals gemeente, provincie en het Rijk
- waterscheiding
- de grens tussen twee stroomgebieden
- winterbed
- het gebied tussen de beide winterdijken dat bestaat uit het zomerbed en de uiterwaarden
- zomerbed
- de bedding waar de rivier 's zomers doorheen stroomt