Spaans - Paso Adelante - 3 havo/vwo - Spaans/Nederlands Woordenlijst - I/J
Publiek
Woorden in deze lijst (85)
Origineel
- la ida
- de heenreis
- el ideal
- het ideaal
- el idioma
- de taal
- la iglesia
- de kerk
- la imaginación
- de verbeelding
- imaginar
- voorstellen
- el impermeable
- de regenjas
- importante
- belangrijk
- importar
- belangrijk zijn
- imposible
- onmogelijk
- impresionante
- indrukwekkend
- la inauguración
- de opening
- incapaz
- niet in staat om
- incluido/
-a - inclusief
- incluso
- zelfs
- incómodo/
-a - oncomfortabel/
ongemakkelijk - increíble
- ongelooflijk
- el/
la indígena - de inboorling/
de oorspronkelijke bewoner - la industria
- de industrie
- la infancia
- de kindertijd
- infantil
- kinderachtig/
kinderlijk - influenciar
- beïnvloeden
- influir
- beïnvloeden
- influyente
- invloedrijk
- informal
- informeel
- informativo/
-a - informatief
- Inglaterra
- Engeland
- inglés
- Engelsman/
Engels - inglesa
- Engelse
- el ingrediente
- het ingrediënt
- inicial
- begin
- la injusticia
- het onrecht
- inmediatamente
- onmiddellijk
- la inmigración
- de immigratie
- inolvidable
- onvergetelijk
- la inspiración
- de inspiratie
- inspirar
- inspireren
- el instinto
- het instinct
- el instituto
- de middelbare school
- la instrucción
- de instructie
- el/
la instructor/ -a - de leraar/
lerares - la intención
- de bedoeling
- intentar
- proberen
- el intercambio
- de uitwisseling
- el interés
- de interesse
- interesante
- interessant
- internacional
- internationaal
- el internado
- het internaat
- internet
- internet
- interrumpir
- onderbreken
- la intriga
- de intrige/
de spanning - introducir
- voorstellen/
introduceren - el invento
- de uitvinding
- la investigación
- het onderzoek
- investigar
- onderzoeken
- el invierno
- de winter
- la invitación
- de uitnodiging
- el/
la invitado/ -a - de genodigde/
de gast - invitado/
-a - uitgenodigd
- ir
- gaan
- ir a pie
- te voet gaan
- ir de camping
- kamperen
- ir de compras
- winkelen
- ir de tiendas
- winkelen
- irse
- weggaan
- la isla
- het eiland
- Italia
- Italië
- la italiana
- de Italiaanse
- el italiano
- de Italiaan/
het Italiaans - a la izquierda
- naar links
- izquierda
- links
- el jamón
- de ham
- el jardín
- de tuin
- el jefe
- de baas
- el jersey
- de trui
- la jota
- de ‘j’
- el joven/
los jóvenes - de jongere/
de jongeren - jueves
- donderdag
- el juez
- de rechter
- jugar
- spelen
- jugar al fútbol
- voetballen
- jugar al tenis
- tennissen
- el jugo (Latijns-Amerika)
- het sap
- juntos/
-as - samen
- la juventud
- de jeugd