Hoofdstuk 2 - Samenwerken over de tijd
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Sociaal vermogen
- niet-verhandelbare vordering op anderen binnen een solidariteitskring die gedekt wordt door een wij-gevoel binnen deze solidariteitskring.
- Spaaroverschot
- situatie waarin de inkomsten de bestedingen (inclusief investeringen en overdrachten) overtreffen, zodat de besparingen de investeringen overtreffen.
- Vermogensmarkt
- markt voor het ruilen van tijd en risico.
- Waardevaste uitkering
- een uitkering die gelijk oploopt met het prijspeil. De nominale uitkering wordt dus steeds aangepast aan de ontwikkeling van de prijzen, zoals gemeten door bijvoorbeeld de consumentenprijsindex (CPI).
- Welvaartsvaste uitkering
- een uitkering die gelijk oploopt met de lonen.De nominale uitkering wordt dus steeds aangepast aan de ontwikkeling van de lonen.
- Financieel vermogen
- een formele,juridisch afdwingbare belofte van een ander om in de toekomst geld te ontvangen van deze partij.
- Financiële rekening
- de rekening die ruilen van geld over de tijd met anderen registreert als het saldo van alle inkomsten van, en alle uitgaven aan, financiële transacties, dat wil zeggen: het aan- en verkopen van financieel vermogen. Rente-inkomsten en dividend- en winstuitkeringen worden op de reële rekening geboekt omdat deze uitkeringen niet tot veranderingen van de financiële vermogenspositie leiden.
- Intergenerationeel verbond
- het gegeven dat oudere generaties jongere generaties opvoeden en later door de jongere generaties worden verzorgd.
- Kapitaaldekking
- een werknemer spaart zelf geld voor zijn of haar pensioen, en krijgt dit geld (inclusief het behaalde rendement) uitgekeerd nadat hij of zij met pensioen gaat.
- Krediet
- vertrouwensrelatie tussen een kredietgever en een kredietnemer, waarbij de kredietgever middelen verschaft aan de kredietnemer in het vertrouwen dat de kredietnemer deze middelen later met rente terugbetaalt. Tegenover de vordering van de kredietgever staat een evenzo grote verplichting van de kredietnemer.
- Menselijk kapitaal
- verdiencapaciteit op de arbeidsmarkt.
- Nominale rente
- beschrijft, als ruilverhouding tussen geld op verschillende tijdstippen, hoeveel meer geld een kredietnemer later moet terugbetalen aan de kredietgever boven op het geldbedrag dat de kredietnemer eerder van de kredietgever heeft ontvangen.
- Obligaties
- verhandelbare schuldbewijzen.
- Omslagsysteem
- de kosten van de uitkeringen aan de ouderen worden betaald door de werkenden die op dat moment deel uitmaken van een bepaalde solidariteitskring.
- Onderpand
- een goed waarop een schuldeiser beslag kan laten leggen als een schuldenaar in gebreke blijft bij zijn verplichting om schuld terug te betalen.
- Reële rekening
- het saldo van alle inkomsten en alle uitgaven aan reële transacties (dat wil zeggen: het verhandelen van producten en productiefactoren, alsmede overdrachten) van een huishouden. Ook rente, dividend- en winstuitkeringen worden als vergoeding voor verschaft kapitaal ook op de reële rekening geboekt. Een andere naam voor deze rekening is de lopende rekening.
- Reële rente
- beschrijft, als ruilverhouding tussen koopkracht op verschillende tijdstippen, hoeveel meer koopkracht een kredietnemer later moet terugbetalen aan de kredietgever boven op de koopkracht die de kredietnemer eerder van de kredietgever heeft ontvangen. De reële rente corrigeert de nominale rente voor de verwachte inflatie.