VIVO - 2 vwo - hoofdstuk 7 - Voedselketens en kringlopen
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- biomassa
- massa van organismen waarbij je water in het lichaam niet meerekent
- carnivoor
- vleeseter, een organisme dat uitsluitend dieren of delen daarvan eet
- consument
- organisme dat andere organismen of delen daarvan opeet.
- herbivoor
- herbivoor, een organismedat uitsluitend planten of delen daarvan eet
- koolstofkringloop
- koolstof komt vanuit de lucht via de fotosynthese in een voedselweb terecht en komt vanuit het voedselweb weer terug in de lucht. Koolstof zit in stoffen als koolstofdioxide, koolhydraten, eiwitten en vetten.
- omnivoor
- alleseter, een organismedat planten en dieren of delen daarvan eet
- producent
- organisme dat glucose produceert door fotosyntheseen met die glucose de voedingsstoffen voor consumenten maakt.
- reducent
- bacteriën en schimmels die leven van dode resten van organismen. Reducenten zorgen ervoor dat de mineralen uit dode organismen terugkomen in de bodem en het water.
- toppredator
- dier dat geen prooi is voor andere dieren. Een toppredator is de laatste schakel van de voedselketen en staat bovenaan de voedselpiramide.
- voedselketen
- de volgorde waarin organismen elkaar opeten. In een schema geef je dit aan met pijlen tussen de organismen. De pijl wijst van het organisme dat gegeten wordt naar het organisme dat eet. Bijvoorbeeld: zaad→vink→sperwer
- voedselkringloop
- kringloop van voedingsstoffen. Voedingsstoffen in planten (producenten) worden doorgegeven naar planteneters en vleeseters (consumenten), van daaruit naar schimmels en bacteriën (reducenten), en daarna weer naar planten.
- voedselpiramide
- een diagram waarin de biomassa van alle schakels in een voedselketen op elkaar zijn gezet, onderaan staan de planten. Omdat er bij elke schakel biomassa verdwijnt, heeft het diagram de vorm van een piramide.
- voedselweb
- alle voedselketens in een gebied samen