Het immuunsysteem
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Lichaamsvreemde stoffen
- Stoffen die niet in je lichaam thuishoren.
- Infectie
- Het binnendringen van ziekteverwekkers in het lichaam.
- Immuunsysteem
- Het systeem in je lichaam dat ziekteverwekkers bestrijdt; ook wel afweersysteem genoemd.
- Antigeen
- Een eiwit op de buitenkant van een cel of van een virus waaraan het immuunsysteem de ziekteverwekker herkent.
- Antistoffen
- Eiwitten die een ziekteverwekker onschadelijk maken door zich aan de antigenen te hechten.
- Immuun
- Toestand waarin je na een eerdere besmetting of vaccinatie niet meer ziek wordt van een bepaalde ziekteverwekker.
- Natuurlijke immuniteit
- Immuniteit die ontstaat doordat je de ziekte zelf hebt doorgemaakt.
- Vaccinatie
- Het op kunstmatige manier immuun worden voor een ziekte door middel van een inenting.
- Vaccin
- Middel dat een dode of verzwakte ziekteverwekker bevat en wordt ingespoten bij een inenting.
- Kunstmatige immuniteit
- Immuniteit die ontstaat door vaccinatie.
- Vaccinatiegraad
- Het percentage mensen van een bevolking dat is ingeënt tegen een bepaalde ziekte.
- Allergie
- Een overgevoeligheid voor bepaalde stoffen waarbij het immuunsysteem op deze stoffen reageert.
- Anafylactische reactie
- Een ernstige allergische reactie waarbij slijmvliezen opzwellen en acute benauwdheid of een daling van de bloeddruk kan optreden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–