2. Natuur en landschap
Publiek
Woorden in deze lijst (47)
Origineel
- aardbeving
- Een schoksgewijze verplaatsing van stukken aardkorst wanneer de opgebouwde spanning van wrijving zich ontlaadt.
- aardverschuiving
- Het door de zwaartekracht naar beneden glijden van een met water verzadigde verweringslaag.
- actor
- De overheid, een instelling, een persoon die of een bedrijf dat betrokken is bij bijvoorbeeld het beperken van natuurlijke gevaren.
- afspoeling
- Als het regen- of smeltwater over de oppervlakte van een helling stroomt, wanneer de aanvoer van water groter is dan de opnamecapaciteit van de bodem.
- alpine plooingsgebergte
- Gebergten als de Alpen, de Pyreneeën, de Apennijnen en de gebergten in de Balkan, Turkije en Noord-Afrika.
- blizzard
- Een zeldzame, plotseling opkomende sneeuwstorm in Canada en het noorden van de VS die gepaard gaat met zeer harde wind, felle kou, zware sneeuwval, sneeuwjacht en mist.
- bosbrand
- Een natuurbrand in een bosgebied.
- breukgebergte
- Gebergte dat ontstaat door de hernieuwde opheffing van een door erosie afgebroken oud plooingsgebergte.
- caldera
- Een grote komvormige krater die ontstaat als bij een explosieve eruptie de magmahaard in één keer helemaal leegstroomt.
- convergente plaatgrens
- Plaatgrens (botsingszone) waar platen naar elkaar toe bewegen (convergeren).
- divergente plaatgrens
- Plaatgrens waar platen uit elkaar bewegen, waardoor magma uitstroomt en nieuw gesteente vormt.
- duurzaam landgebruik
- Er is evenwicht tussen de mogelijkheden van het landschap en de benutting door de mens.
- economische activiteiten
- De productie van goederen en diensten.
- explosieve eruptie
- Door subductie worden water en sedimenten van de zeebodem naar beneden gebracht, en daardoor neemt de druk in de magmahaard toe.
- geomorfologie
- De vormen (bijvoorbeeld hellingen) van het landschap in een gebied.
- geulerosie
- Stromend water op flauwe hellingen die geulen vormen waardoor de verweringslaag weggespoelt.
- (grond)waterproblematiek
- Het probleem van de beschikbaarheid van voldoende water door een te groot watergebruik in een gebied voor bijvoorbeeld landbouw of toerisme.
- horst
- De delen van de aardkorst in een breukgebergte die niet zakken.
- hurricane (orkaan)
- Storm met orkaankracht waarbij windsnelheden voorkomen van meer dan 118 km/
uur. - intensiteit van de neerslag
- Hoeveel neerslag er in een gebied per tijdseenheid valt.
- irrigatielandbouw
- Landbouw met gebruik van irrigatiewater dat via een netwerk van waterlopen en irrigatiegoten wordt aangevoerd of wordt opgepompt uit diepere gesteentelagen.
- kwetsbaarheid van de samenleving (bij natuurlijk gevaar)
- De mate waarin sprake zal zijn van economische schade of slachtoffers bij het optreden van een natuurlijk gevaar.
- landdegradatie
- Aantasting van natuurlijke hulpbronnen in een landschap, die het vermogen van bodem en grond verminderen om gezond voedsel, gewassen, zoet water, brandhout te produceren.
- lava
- Vloeibaar gesteentemateriaal dat bij een eruptie uitstroomt.
- mediterraan klimaat/
Middellandse Zeeklimaat - Gematigd klimaat met warme, droge zomers en zachte, natte winters.
- mediterrane landbouw
- Landbouw in de mediterrane subtropische landschapszone waarbij vooral gebruikgemaakt wordt van landbouwgewassen die veel zon nodig hebben en die goed tegen droogte kunnen.
- mediterrane vegetatie
- Groenblijvende bomen en struiken die bestand zijn tegen de hitte en droogte in de zomer.
- mid-oceanische rug
- Plaats waar platen uit elkaar schuiven bij een divergente breuk.
- natuurlijke gevaren (ruimtelijke spreiding, intensiteit, reikwijdte, frequentie)
- Alle bedreigingen voor het menselijk bestaan en de samenleving die voortvloeien uit de werking en opbouw van het natuurlijk milieu.
- natuurramp
- Ramp door een natuurlijke oorzaak waarbij sprake is van grote economische schade en/
of veel slachtoffers. - risicomanagement
- Het nemen van maatregelen die schade en slachtoffers door een natuurlijk gevaar (bijvoorbeeld hurricane of aardbeving) voorkomen of beperken.
- risicoperceptie
- De (subjectieve) inschatting van de samenleving, een groep mensen of een individu van mogelijk natuurlijk gevaar.
- schaal van Richter
- Schaal die de sterkte (magnitude) van aardbevingen aangeeft door de intensiteit van de trillingen te meten.
- schildvulkaan
- Lage vulkaan met flauwe hellingen bij een divergente plaatgrens.
- slenk
- Een langgerekt gebied dat in een breukgebergte langs breuken omlaag is gezakt.
- sneeuwstorm
- Een regelmatig plotseling opkomende winterstorm in Canada en het noorden van de VS die gepaard gaat met lage temperaturen en neerslag in de vorm van ijzel, sneeuw en regen.
- stratovulkaan
- Kegelvormige vulkaan met een vrij steile helling die ontstaat na een explosieve eruptie.
- subductie
- Het naar beneden bewegen van zware oceanische korst onder lichtere continentale korst.
- subtropische landschapszone
- Landschapszone tussen de tropen en de gematigde breedten, met globaal hetzelfde klimaat, dezelfde natuurlijke plantengroei, bodem en beschikbaarheid van water.
- tornado
- Extreem sterk opstijgende wervelwinden rondom een kern van lage druk.
- transforme plaatgrens
- Plaatgrens waar aardplaten langs elkaar schuiven met horten en stoten.
- variabiliteit van de neerslag
- De mate van onregelmatigheid van de neerslag die in een gebied valt.
- verdroging
- Als er steeds minder (grond)water beschikbaar is, kunnen planten niet meer groeien.
- versnelde bodemerrosie
- Versterking van de natuurlijke bodemerrosie door menselijk ingrijpen.
- verwoestijning
- Een ernstige vorm van landdegradatie waarbij een gebied door natuurlijke of menselijke oorzaken zodanig verdroogt, dat het steeds meer woestijnachtige kenmerken krijgt.
- verzilting
- Een ernstige vorm van bodemdegradatie door de toename van de concentratie aan zouten in en op de bodem.
- waterbalans
- Het evenwicht tussen toevoer, opslag en afvoer van zoet water in een land of gebied.