1 VWO/GYMNASIUM (MAX 2019) - Hoofdstuk 3 Arm en Rijk
Publiek
Woorden in deze lijst (39)
Origineel
- absolute armoede
- Armoede waarbij mensen niet kunnen voorzien in hun basisbehoeften: voeding, onderdak, onderwijs en gezondheidszorg.
- analfabetisme
- Het percentage van de bevolking dat niet kan lezen en schrijven.
- arbeidsintensief
- Er zijn vooral arbeiders nodig om te produceren.
- armoedegrens
- Het inkomen dat iemand nodig heeft om te kunnen voorzien in de basisbehoeften.
- bbp per hoofd
- Het bruto binnenlands product gedeeld door het aantal inwoners in een land.
- beroepsbevolking
- Het deel van de bevolking tussen de 15 en 65 jaar (werkend en werkloos) dat betaald werk kan doen voor meer dan twaalf uur per week.
- bruto binnenlands product (bbp)
- De totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten in een land.
- centrum
- Rijke landen met een heel hoge HDI en een grote invloed in de wereld.
- commercieel
- Bedrijven die gericht zijn op het maken van winst.
- continentaal schaalniveau
- De grootte van een gebied dat je bekijkt is een werelddeel.
- derdewereldlanden/
ontwikkelingslanden - Arme landen met een lage HDI.
- geografisch schaalniveau
- Het niveau waarop je een verschijnsel bekijkt.
- Human Development Index (HDI)
- Een getal dat wordt gebruikt om de ontwikkeling van landen te meten.
- informele sector
- Baantjes en bedrijfjes in de tertiaire sector van arme landen, waarvoor geen vergunning is afgegeven. Er zijn dus geen gegevens bekend bij de regering.
- invoerrechten
- Extra geld dat landen vragen om goederen in hun land te mogen invoeren.
- inzoomen
- De aarde van dichtbij bekijken: je bekijkt een kleiner gebied en ziet meer details.
- kapitaalintensief
- Productie waarbij vooral geld (kapitaal) nodig is.
- kolonialisme
- Het innemen van overzeese gebieden door Europese landen om er economisch of politiek beter van te worden.
- levensverwachting
- Gemiddeld aantal jaren dat iemand bij zijn geboorte naar verwachting heeft te leven.
- lokaal schaalniveau
- De grootte van een gebied dat je bekijkt heeft de omvang van een stad of een wijk.
- microkredieten
- Kleine leningen aan ondernemers in arme landen waarmee ze een bedrijfje kunnen opzetten of uitbreiden, zodat ze een beter inkomen krijgen.
- mondiaal schaalniveau
- De grootte van een gebied dat je bekijkt heeft de omvang van de wereld.
- nationaal schaalniveau
- De grootte van een gebied dat je bekijkt heeft de omvang van een land.
- niet-gouvernementeleorganisaties/
ngo's - Hulporganisaties die onafhankelijk van overheden werken.
- noodhulp
- Hulp die bij een ramp wordt gegeven.
- ontwikkelingshulp
- Hulp van de rijke landen aan de arme landen.
- ontwikkelingslanden/
derdewereldlanden - Arme landen met een lage HDI.
- ontwikkelingssamenwerking
- Samenwerking waarbij arme en rijke landen samen bekijken hoe met geld, goederen of kennis het leven in arme landen kan worden verbeterd.
- opkomende economieën
- Landen waarvan de economieën sneller groeien dan die van andere landen.
- periferie
- Arme landen met een lage HDI.
- primaire sector
- De economische sector die gericht is op het produceren van landbouwproducten en grondstoffen.
- regionaal schaalniveau
- De grootte van een gebied dat je bekijkt heeft de omvang van een provincie.
- relatieve armoede
- Armoede vergeleken met het gemiddelde inkomen van een land.
- secundaire sector
- De economische sector die gericht is op de productie van industriële goederen.
- semiperiferie
- Landen die niet bij het centrum en de periferie horen.
- tertiaire sector
- De economische sector die gericht is op het leveren van diensten.
- uitzoomen
- Een groter gebied bekijken: je ziet dan minder details, maar meer relaties tussen gebieden.
- westerse landen
- Een groep rijke centrumlanden die bestaat uit: West-Europa, Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Zuid-Korea en Israël.
- zelfvoorzienend
- Voedsel produceren voor eigen gebruik.