5. Verschillen in India
Publiek
Woorden in deze lijst (75)
Origineel
- aanlandige wind
- Wind vanaf zee.
- aflandige wind
- Wind vanaf land.
- agglomeratie
- Een stad met de daaraan vast- gegroeide voorsteden en dorpen.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bondsstaat
- Zie federatie.
- braindrain
- Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.
- BRICS-landen
- Verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië,Rusland,India,China en Zuid-Afrika.
- bruto binnenlands product (bbp)
- Het geld dat wordt verdiend door alle staatsburgers in een land, waar ter wereld ze ook werken. Vaak is het ongeveer even groot als het bnp.
- centrumland
- Hoogontwikkeld,rijk land met veel politieke en economische macht.
- corioliseffect
- Door de draaiing van de aarde krijgt de wind op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond naar links.
- deelstaat
- Gebied binnen een land dat voor een deel zelfbestuur (autonomie) heeft. Er is een hoofdstad, er zijn ministeries en er zijn eigen wetten en regels.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- dienstensector
- Alle bedrijven die diensten verlenen. Heet ook tertiaire sector.
- duale economie
- Een land met een modern,ontwikkeld deel en een traditioneel,achtergebleven deel.
- economische globalisering
- Globalisering waarbij de nadruk ligt op de groeiende internationale handel,de directe buitenlandse investeringen en de toegenomen betekenis van de multinationals.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die (meestal) Europeanen gebruiken om er zelf voordeel van te hebben.
- federatie
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook bondsstaat.
- gated community
- Zwaarbewakte woonwijk met hoge muren of een hek eromheen.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- global city
- Zie metropool.
- globalisering
- Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen,goederen,geld en informatie (kennis en cultuur).
- groeiland
- Zie opkomend land.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep van 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- Groene Revolutie
- De invoering van verbeterde,snelgroeiende soorten in de landbouw,in combinatie met het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
- hindoëisme
- Godsdienst waarbij men gelooft in meerdere goden en een leven na de dood.
- hogedrukgebied
- Gebied met een teveel aan lucht waar lucht wegstroomt over het aardoppervlak en wordt aangevuld met dalende lucht van boven: blauwe luchten en zon.
- hoogvlakte
- Vlak of zachtgolvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt.
- human development index (hdi)/
index menselijke ontwikkeling (imo) - Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner,de levensverwachting en het analfabetisme.
- informele sector
- Ongeschoold,slechtbetaald werk in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. Heet ook vluchsector.
- intertropische convergentiezone (ITCZ)
- Het lagedrukgebied rond de evenaar waar zowel winden uit het zuiden als uit het noorden bij elkaar komen. De ITCZ verplaatst zich gedurende het jaar onder invloed van de zonnestand.
- kastenstelsel
- Indeling van de Indiase samenleving in verschillende sociale groepen (kasten).
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- krottenwijk
- Een zelfbouwwijk met slechte huizen,weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen.
- lagedrukgebied
- Gebied met een tekort aan lucht waar lucht toestroomt over het aardoppervlak en gaat stijgen: wolken en neerslag.
- lagelonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- lijzijde
- De kant van de berg die uit de wind ligt; er valt weinig neerslag.
- lingua franca
- Taal die op grote schaal als voertaal wordt gebruikt door mensen met verschillende moedertalen.
- loefzijde
- De windkant van een gebergte met veel neerslag.
- megastad
- Stad met meer dan 10 miljoen inwoners.
- metropool
- Heel grote stad die op mondiale schaal een rol van betekenis speelt op het gebied van economie,cultuur en politiek. Heet ook global city of wereldstad.
- middenklasse
- Groep mensen met een gemiddeld inkomen: ze zijn niet rijk en niet arm.
- moederland
- Staat die gezag uitoefent over een kolonie.
- moesson
- Halfjaarlijks van richting wisselende wind.
- ontwikkelingskenmerk
- Kenmerk waarmee je de armoede of de rijkdom in een gebied kunt meten.
- opkomend land
- Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar dat wel een snelle economische groei doormaakt. Heet ook groeiland.
- outsourcing
- Het uitbesteden van werk aan een ander bedrijf (in het buitenland).
- passaat
- Oostelijke wind die (vanaf het subtropische maximum) richting het lagedrukgebied bij de evenaar waait.
- periferie
- De arme landen in de wereld,die gekenmerkt worden door afhankelijkheid,nadelige handelsrelaties,gebrekkige technologie en een lage productie.
- politiek systeem
- Manier waarop een staat wordt bestuurd.
- primaire sector
- Werk waarbij producten rechtstreeks uit de natuur worden gehaald.
- pullfactor
- Reden die een gebied aantrekkelijk maakt voor migranten.
- pushfactor
- Reden om te verhuizen uit een gebied.
- regenschaduw
- De lijzijde van een berg,waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- ruraal-urbane migratie
- Migratie van het platteland naar de stad.
- savanne
- Landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- semiperiferie
- Landen die niet rijk en niet arm zijn; vaak opkomende landen door de groei van de industrie.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen groepen mensen in een gebied.
- speciale economische zone (sez)
- Gebied waar buitenlandse bedrijven zich vrij mogen vestigen en weinig belasting betalen.
- stad
- Een concentratie van mensen en hun activiteiten op een bepaalde plek. Er is veel hoogbouw en de woningdichtheid is hoog.
- steppe
- Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- stijgingsregen
- Regen bij de evenaar die ontstaat door opwarming van de lucht, waardoor die lucht gaat stijgen en afkoelen.
- stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
- tertiaire sector
- Zie dienstensector.
- urbanisatie
- Het proces waarbij steeds meer mensen in de stad gaan wonen. Heet ook verstedelijking.
- urbanisatiegraad
- Het percentage stedelingen in een land.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- vestigingskolonie
- Kolonie waar de (meestal) Europeanen zich blijvend vestigen.
- vluchtsector
- Zie informele sector.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- wereldstad
- Zie metropool.
- wet van Buys Ballot
- Lucht stroomt altijd van een hogedruk- gebied naar een lagedrukgebied met een afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond.
- zelfvoorzienend
- Kunnen voorzien in de eigen behoefte. Hier: Land waarin voldoende voedsel voor de eigen bevolking wordt geproduceerd en dat dus geen voedsel hoeft te importeren.