Een weerbarstige natuur
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Schild
- Een zeer oud stuk aardkorst van minstens 500 miljoen jaar oud.
- Delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- Erts
- Gesteente waaruit een delfstof (vaak een metaal) kan worden onttrokken.
- Landklimaat
- Klimaat met in de koudste maand een gemiddelde dagtemperatuur die lager is dan –3 °C en in de warmste maand hoger dan +10 °C.
- Toendraklimaat
- Koud klimaat met ’s zomers een gemiddelde dagtemperatuur die lager is dan 10 °C.
- Toendra
- Boomloos gebied in de poolstreken met begroeiing van grassen, mossen en lage struikjes.
- Taiga
- Zone in de gematigde luchtstreek waar naaldbomen groeien. In de winter is het er gemiddeld kouder dan –3 °C. Heet ook naaldboomgordel.
- Steppe
- Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- Woestijn
- Een erg droog gebied waar bijna niets groeit.
- Bodem
- De voor de plantengroei belangrijke bovenste laag van de aardkorst (tot ongeveer 1 m).
- Podzol
- Bodem die wordt gekenmerkt door het wegspoelen van vooral ijzer, aluminium en humus naar dieper gelegen lagen.
- Uitspoeling
- Het naar beneden zakken van overtollig water in een bodem, waarbij voedingsstoffen worden meegenomen.
- Oerbank
- Keiharde laag in een podzol waar de uitgespoelde voedingsstoffen en mineralen samenklitten.
- Chernozem
- Vruchtbare bodem met een dikke, zwarte bovenlaag die bestaat uit humus met een hoog kalkgehalte. Heet ook zwarte aarde.
- Humus
- Afbraakmateriaal van dode planten en dieren in een bodem.
- Landbouwdriehoek
- Vruchtbaar landbouwgebied in Rusland dat wordt begrensd door de steden Odesa (Odessa), Irkutsk (Irkoetsk) en Sint-Petersburg.
- Poolstreek
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B. Heet ook polaire zone.
- Permafrost
- Permanent bevroren ondergrond.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–