Woordenlijst: 2.4. Internationale handel
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Open economie
- Een open economie is de economie van een land dat veel goederen en diensten exporteert en importeert.
- Specialisatie
- Er is sprake van specialisatie als een onderneming zich richt op het maken of verkopen van één specifieke productsoort.
- Protectie van de handel
- Protectie van de handel is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van bijvoorbeeld invoerrechten, exportsubsidies of kwaliteitseisen voor geïmporteerde producten.
- Vrijhandelszone
- Een vrijhandelszone is een groep landen die onderling de invoerrechten hebben afgeschaft (vaak een eerste stap naar verdere economische integratie).
- Gemeenschappelijke markt
- Er is sprake van een gemeenschappelijke markt als meerdere landen onderling de invoerrechten afschaffen en vrij verkeer van arbeid en kapitaal toestaan.
- Economische unie
- Een economische unie is een groep landen die samenwerkt en gemeenschappelijk sociaal, fiscaal en economisch beleid voert.
- Economische en monetaire unie (EMU)
- Een economische en monetaire unie (EMU) is een groep landen die op economisch en financieel gebied samenwerken (de meest verregaande vorm van economische integratie).
- Werkgelegenheid
- De werkgelegenheid is de vervulde vraag naar arbeid en is per definitie gelijk aan de werkzame beroepsbevolking.
- Dumping
- Er is sprake van dumping als bedrijven uit het ene land producten tegen kunstmatig lage prijzen in het andere land verkopen ('dumpen').
- Infant industry
- Een infant industry is een nieuwe, opkomende industrie die zich nog moet ontwikkelen en dus nog niet in staat is om te concurreren met gevestigde ondernemingen (uit het buitenland)
- Tarifaire protectie
- Tarifaire protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van invoerrechten of exportsubsidies.
- Non-tarifaire protectie
- Non-tarifaire protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van bijvoorbeeld bureaucratische rompslomp bij de grens en het stellen van kwaliteitseisen of technische eisen.
- Internationale concurrentiepositie (ICP)
- De internationale concurrentiepositie (ICP) geeft aan in hoeverre goederen en diensten geproduceerd in een land op de wereldmarkt kunnen concurreren met goederen en diensten uit andere landen.
- Loonkosten per product
- De loonkosten per product zijn een belangrijke maatstaf voor de internationale concurrentiepositie van een land.
- Brutoloon
- Het brutoloon is het loon dat een werknemer verdient.
- Nettoloon
- Het nettoloon is gelijk aan het brutoloon verminderd met de loonbelasting, premies volksverzekeringen en het werknemersdeel van de pensioenpremies.
- Loonkosten
- De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerdert met de premies werknemersverzekeringen en het werkgeversdeel van de pensioenpremies.
- Loonheffing
- De loonheffing is gelijk aan de som van de loonbelasting en de premies voor de volksverzekeringen.
- Arbeidsproductiviteit (apt)
- De arbeidsproductiviteit (apt) is de gemiddelde productie per werknemer in een bepaalde periode (bijvoorbeeld in een jaar).
- Human capital
- Human capital is een verzamelnaam voor kennis, vaardigheden en ervaring van werknemers.
- Diepte-investering
- Er is sprake van een diepte-investering als een onderneming bij een investering voor een kapitaalintensievere techniek kiest.
- Breedte-investering
- Er is sprake van een breedte-investering als een onderneming bij een investering voor de bestaande techniek kiest.
- Comparatief kostenvoordeel
- Er is sprake van een comparatief kostenvoordeel als een land een product relatief goedkoper kan produceren dan een ander land in vergelijking met andere producten.
- Absoluut kostenvoordeel
- Er is sprake van een absoluut kostenvoordeel als een land een product goedkoper kan produceren dan een ander land.
- Opofferingskosten
- Opofferingskosten zijn de opbrengsten van het alternatief waar je niet voor kiest.