hfstk 6 door jimb6
Publiek
0
Woorden in deze lijst (76)
Origineel
- atmosfeer
- Luchtlaag rondom de aarde. Heet ook dampkring.
- broeikasgas
- Gas in de atmosfeer - zoals waterdamp, koolstofdioxide, methaan, lachgas en ozon - dat warmte kan opnemen en geleidelijk weer kan afgeven, waardoor het bijdraagt aan het broeikaseffect.
- dampkring
- Zie atmosfeer.
- fossiele brandstof
- Zie fossiele energiebron.
- fossiele energiebron
- Energiebron die in miljoenen jaren gevormd is uit resten van afgestorven planten, bomen en dieren (aardgas, aardolie en steenkool). Heet ook fossiele brandstof.
- fotosynthese
- Het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolzuurgas (CO2) in glucose (suikers) en zuurstof door bomen en planten.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere tijd, meestal dertig jaar.
- klimaatverandering
- Geleidelijke of abrupte verandering in het klimaat door natuurlijke processen en/
of invloed van de mens. - koolstofdioxide (CO₂)
- Broeikasgas dat warmte vasthoudt in de atmosfeer. Heet ook koolzuurgas.
- koolstofkringloop
- Alle uitwisselingen van koolstof (C) op aarde.
- natuurlijk broeikaseffect
- Het vasthouden van warmte door broeikasgassen in de atmosfeer.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- permafrost
- Altijd bevroren ondergrond.
- verdamping
- De overgang van water (vloeibaar) in waterdamp (gasvormig).
- versterkt broeikaseffect
- Versterking van het natuurlijke broeikaseffect door een stijging van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer.
- weer
- De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.
- biobrandstof
- Brandstof die is gemaakt uit biomassa.
- biomassa
- Organische materialen, zoals plantaardige olie, hout, en groente- en tuinafval.
- circulaire economie
- Economie in een gesloten kringloop, waarbij natuurlijke hulpbronnen hergebruikt worden en er veel minder afval ontstaat.
- duurzame energiebron
- Zie hernieuwbare energiebron.
- energiebesparing
- Maatregelen om minder (fossiele) energie te gebruiken.
- energietransitie
- Overgang van het verbruiken van fossiele energiebronnen naar het verbruiken van hernieuwbare energiebronnen.
- geothermische energie
- De warmte in de aarde die je kunt gebruiken om elektriciteit op te wekken of om te verwarmen.
- hernieuwbare energiebron
- Energiebron die bij het gebruik ervan nooit opraakt en die het broeikaseffect niet versterkt. Heet ook duurzame energiebron.
- hydro-elektriciteit
- Elektriciteit die wordt opgewekt met waterkracht.
- kernenergie
- Energie die als warmte vrijkomt uit de natuurlijke hulpbron uranium, waarmee elektriciteit wordt opgewekt.
- klimaatafspraak
- Internationale afspraak die landen maken om klimaatverandering te verkomen of om de gevolgen ervan te beperken.
- lineaire economie
- Economie waarbij processen in een rechte lijn verlopen van natuurlijke hulpbron naar product naar afval.
- mitigatie
- Iets proberen te voorkomen. Hier: Maatregelen nemen om klimaatverandering te voorkomen.
- waterstof
- Kleurloos en reukloos gas (H2).
- windenergie
- Energie uit wind, waarmee windmolens elektriciteit opwekken.
- zonne-energie
- Energie uit de straling van de zon, waarmee elektriciteit wordt opgewekt en water wordt verwarmd.
- aanslibbingskust
- Kust waar meer zand en klei wordt aangevoerd dan afgevoerd.
- adaptatie
- Aanpassing. Hier: Maatregelen nemen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.
- afbraakkust
- Kust waar golven de kustlijn eroderen.
- bodemdaling
- Daling van de bodem door ontwatering of delfstoffenwinning.
- dijkverbetering
- Het verhogen en verbreden van dijken.
- duin
- Een door de wind opgeworpen heuvel van zand.
- grondsoort
- Het losse materiaal aan de oppervlakte van de aardkorst.
- grondwater
- Water dat zich in de ondergrond bevindt.
- klifkust
- Steile kust die ontstaat doordat de zee de onderkant afbrokkelt en afkalft.
- overzichtskaart
- Kaart met een overzicht van de topografie in een gebied, zoals steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen.
- polder
- Gebied waar de waterstand kunstmatig wordt geregeld.
- relatieve zeespiegelstijging
- De optelsom van de absolute zeespiegelstijging en de bodemdaling.
- stormvloedkering
- Beweegbare waterkering in een rivier of in een zeearm.
- thematische kaart
- Kaart die over een specifiek onderwerp (thema) gaat.
- veen
- Grondsoort die bestaat uit plantenresten.
- waterschap
- Organisatie die zorgt voor waterveiligheid, waterzuivering en voldoende zoet water.
- zandsuppletie
- Het opbrengen van grote hoeveelheden zand langs de kust.
- condenseren
- De overgang van waterdamp (gasvormig) in water (vloeibaar).
- debiet
- De hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt, uitgedrukt in kubieke meter per seconde (m3/
s). - delta
- Gebied vlak voor de mondig, waar de rivier zich vertakt in vele rivierlopen.
- gemengde rivier
- Rivier die behalve regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert.
- grondwaterpeil
- De bovenkant van het grondwater.
- infiltratie
- Het wegzakken van water in de grond.
- klimaatbestendige inrichting
- Inrichting die in de bebouwde omgeving wateroverlast, droogte en hitte vermindert.
- nevengeul
- Extra afvoerkanaal van een rivier waar bij hoogwater rivierwater doorheen stroomt.
- piekafvoer
- Extreem hoge waterafvoer van een rivier.
- regenrivier
- Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.
- regiem
- Schommelingen in de waterafvoer van een rivier (in de loop van een jaar).
- stedelijk warmte-eiland
- De temperatuur in steden is door de dichtheid van bebouwing hoger dan de temperatuur op het platteland.
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op de hoofdrivier van een stroomstelsel.
- stroomstelsel
- Rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die deel uitmaken van hetzelfde stroomgebied.
- transpiratie
- Het door planten via hun bladeren afgeven van water aan de lucht.
- uiterwaard
- Het gebied tussen de winterdijk en de zomerdijk.
- vergroening
- Het aanbrengen van groen in de woonomgeving: bomen, struiken en gras.
- verstening
- Het verschijnsel dat er in een woonomgeving veel huizen, straten en pleinen zijn, maar weinig groen zoals planten en bomen.
- verzilting
- Het zout worden van zoet water en/
of de bodem. - waterkringloop
- De voortdurende verplaatsing van water over de aarde.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.
- winterdijk
- Hoge dijk verder weg van de rivier, die het water tegenhoudt bij hoogwater.
- zomerdijk
- Lage dijk vlak bij de rivier die het water tegenhoudt bij een kleine verhoging van de waterstand.
- inklinking
- Het inzakken van de bodem door ontwatering.
- maaiveld
- De bovenkant van de grond: het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht.
- paludicultuur
- De teelt van moerasplanten onder natte omstandigheden.
- veenoxidatie
- De vertering van plantenresten in veen als er zuurstof bij komt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–