Max A - 3 vmbo-kgt (2021/5.0) - 2 Nederland als industriële samenleving - Begrippen Basis
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- afzetgebied
- Gebied waar een ondernemer producten kan verkopen.
- algemeen kiesrecht
- Het recht van iedere burger om te stemmen bij verkiezingen.
- arbeidsdeling
- Een arbeider maakt geen compleet product, maar slechts een onderdeel daarvan.
- arbeidsomstandigheden
- De omstandigheden waaronder mensen moeten werken, bijvoorbeeld de lengte van een werkdag of de veiligheid van het werk.
- automatisering
- Werk dat niet door mensen wordt gedaan, maar door machines of computers.
- confessionelen
- Katholieken en protestanten die hun politieke ideeën baseerden op hun geloof.
- consumptiemaatschappij
- Een maatschappij waarin veel mensen luxeproducten kunnen kopen.
- Europese Economische Gemeenschap (EEG)
- Samenwerking van Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië vanaf 1957, waarbij afspraken werden gemaakt om de handel tussen deze landen makkelijker te maken.
- Europese Unie (EU)
- Europees samenwerkingsverband tussen bijna alle landen in Europa op allerlei gebieden, zoals economie, migratie, milieu en criminaliteit.
- gastarbeiders
- Arbeidskrachten uit het buitenland die tijdelijk naar Nederland kwamen om hier ongeschoold werk te doen.
- globalisering
- Landen over de hele wereld hebben steeds meer met elkaar te maken, bijvoorbeeld op politiek-bestuurlijk, economisch en cultureel gebied.
- industriële revolutie
- De grote verandering in de 18e en 19e eeuw in West-Europa door de komst van fabrieken en machines.
- infrastructuur
- Wegen, spoorlijnen, waterwegen en andere verbindingen in een gebied.
- liberalen
- Mensen die vinden dat er zoveel mogelijk vrijheid moet zijn voor burgers en bedrijven.
- migratie
- Verhuizen naar een ander land.
- socialisten
- Mensen die vinden dat de overheid regels moet maken om geld en bezit eerlijker te verdelen over alle burgers.
- vakbond
- Vereniging van werknemers die opkomt voor de belangen van haar leden.
- verstedelijking
- Het ontstaan van steden op plekken waar eerst platteland was.
- wederopbouw
- Het herstel van de schade die de Tweede Wereldoorlog had veroorzaakt.
- welvaart
- Situatie waarin het economisch goed gaat met een land.