2.1 Ruilen en geld
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- chartaal geld
- Munten en bankbiljetten.
- directe ruil
- Ruilen van goederen zonder tussenkomst van geld.
- extrinsieke (of nominale) waarde
- De waarde die aan geld wordt toegekend (het bedrag dat erop staat).
- fiduciair geld
- Geld dat algemeen aanvaard wordt als ruilmiddel, omdat het wordt vertrouwd door de gebruikers.
- giraal geld
- Direct opvraagbare tegoeden op betaal- en spaarrekeningen bij een bank.
- indirecte ruil
- Ruilen met geld als betaalmiddel.
- intrinsieke waarde
- De waarde van het materiaal waarvan geld is gemaakt.
- maatschappelijke geldhoeveelheid
- De som van de munten, bankbiljetten én direct opvraagbare tegoeden op betaal- en spaarrekeningen in handen van het publiek.
- nominale waarde (of extrinsieke waarde)
- De waarde die aan geld wordt toegekend (het bedrag dat erop staat).
- rekenmiddel
- Functie van geld waardoor je alle onderlinge ruilverhoudingen met elkaar kunt vergelijken.
- ruilmiddel
- Functie van geld om producten en diensten te betalen, maar ook om zelf betaald te worden.
- spaarmiddel
- Functie van geld waardoor je het kunt bewaren om het op een ander moment uit te geven.
- transactiekosten
- Alle kosten (zowel tijd als geld) die iemand maakt om een ruilpartner te vinden, tot een overeenkomst te komen met deze ruilpartner en die overeenkomst af te handelen.
- wettig betaalmiddel
- Een betaalmiddel waarmee je overal in Nederland kunt betalen. In Nederland is dit de euro.