DE WERELD VAN - MAX 1A - 1 VWO/GYMNASIUM (2.0) - Soorten klimaten
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- A-klimaat/
tropisch klimaat - Warm en vochtig klimaat. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C.
- B-klimaat/
droog klimaat - Klimaat met weinig neerslag waardoor er weinig of bijna niets kan groeien.
- C-klimaat/
zeeklimaat - Gematigd zeeklimaat met zachte winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand ligt tussen -3 °C en 18 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- D-klimaat/
landklimaat - Klimaat met hete zomers en koude winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan -3 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- E-klimaat/
poolklimaat - Zeer koud klimaat. De gemiddelde temperatuur van de warmste maand is nooit hoger dan 10 °C.
- EF-klimaat/
sneeuwklimaat - Klimaat in de poolgebieden waarin de temperatuur in de warmste maand niet boven 0 °C komt, er is geen begroeiing.
- EH-klimaat/
hooggebergteklimaat - Klimaat in het hooggebergte waarin de temperatuur in de warmste maand niet boven 0 °C komt, er is geen begroeiing.
- ET-klimaat/
toendraklimaat - Klimaat waarin de gemiddelde temperatuur van de warmste maand lager is dan 10 °C. De begroeiing bestaat uit grassen, mossen en lage struiken.
- klimaatgebied
- Een gebied met een soortgelijk klimaat.
- Middellandse Zeeklimaat
- Zeeklimaat met een droge zomer en gemiddelde temperatuur in de warmste maand hoger dan 22 °C.
- permafrost
- Ondergrond die permanent bevroren is.
- vegetatie
- Plantengroei.