begrippenlijst thema 2

Publiek
0
Woorden in deze lijst (63)
Origineel
- voedingsmiddelen
- alle producten die men eet of drinkt
- voedingsstoffen
- bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen
- brandstoffen
- stoffen die energie leveren
- bouwstoffen
- stoffen die worden gebruikt bij de maken van cellen en weefsels
- reservestoffen
- stoffen die worden opgeslagen in het lichaam
- beschermende stoffen
- stoffen die ervoor zorgen dat je niet ziek wordt
- eiwitten
- voedingsstoffen die voornamelijk dienen als bouwstoffen en brandstoffen
- koolhydraten
- voedingsstoffen die vooral dienen als brandstoffen, maar ook dienen als bouwstoffen en reservestoffen
- vetten
- voedingsstoffen die vooral dienen als brandstoffen, maar ook dienen als bouwstoffen en reservestoffen
- water
- voedingsstof die voornamelijk dient als bouwstof
- mineralen
- voedingsstoffen die voornamelijk dienen als bouwstoffen en beschermende stoffen
- vitaminen
- voedingsstoffen die voornamelijk dienen als bouwstoffen en beschermende stoffen
- voedingsvezel
- onverteerbare stoffen in planten
- verteringsstelsel
- alle delen van het lichaam die betrokken zijn bij de vertering van voedsel
- darmkanaal
- kanaal van de mond tot de anus
- vertering
- afbreken van grote voedingsstoffen tot kleinere stoffen
- verteringsproducten
- voedingsstoffen die door de darmwand in het bloed kunnen worden opgenomen
- hoektanden
- tanden waarmee stukken van voedsel wordt afgebeten, en die bij de mens iets puntiger zijn dan snijtanden
- kiezen
- tanden met een knobbelige bovenkant waarmee voedsel wordt fijngemalen
- mechanische vertering
- voedsel in kleine stukjes kauwen
- verteringssappen
- sappen die helpen bij het verteren van voedsel
- verteringsklieren
- klieren die verteringssappen aanmaken
- chemische vertering
- vorm van vertering waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen door middel van scheikundige reacties
- enzymen
- stoffen die scheikundige reacties versnellen
- kringspieren
- spieren in het darmwand rondom het darmkanaal
- lengtespieren
- spieren in de darmwand die in de lengte liggen
- peristaltische bewegingen
- afwisselend samentrekken en ontspannen van de kringspieren en lengtespieren in de darmwand
- darmperistaltiek
- afwisselend samentrekken en ontspannen van de kringspieren en lengtespieren in de darmwand
- speeksel
- een verteringssap dat het inslikken van voedsel gemakkelijker maakt
- slokdarm
- orgaan dat voedsel verplaatst van de keelholte naar de maag
- maag
- orgaan dat voedsel tijdelijk opslaat en kneedt
- maagsapklieren
- klieren in de maagwand die maagsap produceert
- maagsap
- een sap dat zoutzuur bevat waardoor het bacteriën doodt
- maagportier
- kringspier die de uitgang van de maag afsluit
- twaalfvingerige darm
- orgaan dat voedselbrij vermengt met gal en alvleessap
- lever
- orgaan dat gal produceert
- gal
- verteringssap dat grote vetdruppels in kleinere druppeltjes verdeelt
- galblaas
- orgaan dat tijdelijk gal opslaat
- galbuis
- buis waardoor gal van de galblaas naar de twaalfvingerige darm wordt vervoerd
- emulgeren
- het verdelen van grote vetdruppels in kleinere vetdruppels
- alvleessap
- verteringssap gemaakt door de alvleesklier
- alvleesklier
- klier die alvleessap produceert
- dunne darm
- het stuk darm waar via de darmwand verteringsproducten worden opgenomen in het bloed
- darmsapklieren
- klieren in de wand van de dunne darm die darmsap maken
- darmsap
- verteringssap gemaakt door de darmklieren
- darmplooien
- plooien in de dunne darm
- darmvlokken
- de uitstulpingen op de darmplooien, waardoor de dunne darm een zeer groot oppervlakte heeft
- dikke darm
- het stuk darm waar al het water uit de brij van onverteerde voedselresten wordt opgenomen
- blindedarm
- het stuk darm dat geen eigen functie heeft bij de vertering
- appendix
- uitstulping aan de onderkant van de blindedarm
- endeldarm
- het stuk darm waar onverteerde voedselresten tijdelijk worden opgeslagen
- anus
- kringspier die de endeldarm afsluit
- ontlasting
- het legen van de endeldarm
- voedselvergiftiging
- infectie die ontstaat door het eten van voedsel dat is besmet met chemische stoffen, bacteriën of andere ziekteverwekkers
- salmonellabacteriën
- bacteriën die giftige afvalstoffen produceren
- conserveren
- voedsel behandelen zodat het niet bederft
- pasteuriseren
- verhitten tot 72 ℃ (meeste bacteriën en schimmels gaan dood)
- steriliseren
- verhitten tot 130-140 ℃ (alle bacteriën en schimmels gaan dood)
- conserveermiddelen
- stoffen die de leefomgeving voor bacteriën en schimmels ongunstig maken
- additieven
- stoffen die toegevoegd worden aan voedingsmiddelen om ze langer houdbaar of aantrekkelijker te maken
- kleurstoffen
- stoffen die worden toegevoegd om een voedingsmiddel er mooier uit te laten zien
- geurstoffen
- stoffen die worden toegevoegd om een voedingsmiddel lekkerder te laten ruiken
- smaakstoffen
- stoffen die worden toegevoegd om een voedingsmiddel lekkerder te laten smaken
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–