hoofstuk 4 en5 mensennatuur
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (116)
Origineel
- Solitair dier
- dier dat alleen leeft en alleen samenkomt om te paren
- Voorbeelden solitair dier
- tijger, luipaard, lynx
- Sociaal dier
- dier dat samenleeft met soortgenoten
- Voorbeelden sociaal dier
- wolf, mier, mens
- School
- groep vissen die samen zwemmen voor bescherming
- Roedel
- groep dieren (zoals wolven) die samen leven en jagen
- Kudde
- groep grote zoogdieren die samen leven voor veiligheid
- Leider
- dier of persoon die beslissingen neemt in de groep
- Volger /
helper - lid van de groep dat de leider volgt en helpt
- Voordelen sociaal leven
- bescherming, samen jagen, samen jongen verzorgen
- Nadelen sociaal leven
- meer concurrentie, meer ruzies, sneller ziekten
- Sociale hiërarchie /
rangorde - volgorde van belangrijkheid binnen een groep
- Waarom rangorde belangrijk is
- zorgt voor rust, duidelijkheid en minder conflicten
- Inwendige prikkel
- prikkel uit het lichaam, zoals honger of dorst
- Uitwendige prikkel
- prikkel van buitenaf, zoals licht of geluid
- Zenuwen
- geleiden impulsen door het lichaam
- Zenuwstelsel
- alle zenuwen samen, regelt reacties
- Impuls
- elektrisch signaal in een zenuw
- Respons
- reactie op een prikkel
- Gedrag
- alles wat een mens of dier doet
- Menselijk gedrag
- gedrag van mensen
- Dierlijk gedrag
- gedrag van dieren
- Sociaal gedrag
- gedrag tussen soortgenoten
- Signaal
- gedrag met een betekenis
- Gedragsketen
- reeks handelingen achter elkaar
- Sleutelprikkel
- prikkel die gedrag opstart
- Supranormale prikkel
- overdreven prikkel die sterker werkt dan normaal
- Forming (groepsformatie)
- kennismaken en aftasten
- Storming
- conflicten en meningsverschillen
- Norming
- regels en afspraken ontstaan
- Performing (integratie)
- goede samenwerking
- Gewenning
- minder reageren op een prikkel
- Imiteren
- nadoen van anderen
- Trial and error
- leren door proberen
- Inprenting
- leren in een korte gevoelige periode
- Verbanden leggen
- oorzaak-gevolg leren
- Straffen en belonen
- leren door gevolgen van gedrag
- Inzicht
- probleem oplossen door nadenken
- Aangeboren gedrag
- gedrag dat je bij geboorte al hebt
- Aangeleerd gedrag
- gedrag dat je leert door ervaring
- Territoriumgedrag
- gebied afbakenen en verdedigen
- Imponeergedrag
- indruk maken op anderen
- Dreigingsgedrag
- vijand afschrikken
- Verzoeningsgedrag
- ruzie oplossen
- Oversprongsgedrag
- stressgedrag bij spanning
- Paringsgedrag
- gedrag om voort te planten
- Baltsgedrag
- partner lokken
- Ethogram
- lijst met soorten gedrag
- Protocol
- overzicht van hoe vaak en wanneer gedrag voorkomt
- Normen
- regels voor gedrag
- Waarden
- wat mensen belangrijk vinden
- Rolpatronen
- verwachtingen bij een rol
- Vooroordelen
- mening zonder goede kennis
- Stereotypen
- vaste beelden over groepen
- Racisme
- discriminatie op afkomst
- Discriminatie
- ongelijk behandelen
- Gezin
- eerste sociale groep
- Cultuur
- gewoonten en normen van een groep
- Onbewust beïnvloeden
- beïnvloeden zonder dat je het merkt
- Marketing
- producten verkopen via beïnvloeding
- Framing
- manier waarop iets wordt gepresenteerd
- Nudging
- klein duwtje in gedrag
- Immuunsysteem /
afweersysteem - beschermt tegen ziekteverwekkers
- Lichaamseigen
- hoort bij je lichaam
- Lichaamsvreemd
- niet van je lichaam
- Witte bloedcellen
- bestrijden ziekteverwekkers
- Immunisatie
- bescherming tegen ziekten
- Natuurlijke immunisatie
- bescherming na ziek zijn
- Kunstmatige immunisatie
- bescherming door vaccinatie
- Inentingen
- vaccins toedienen
- Gezonde voeding
- versterkt het immuunsysteem
- Infectie
- besmetting met micro-organismen
- Virus
- ziekmakend deeltje
- Bacterie
- eencellig organisme
- Schimmel
- micro-organisme
- Parasiet
- leeft ten koste van een gastheer
- Antibiotica
- doden bacteriën
- Verkoudheid /
griep / corona - virusinfecties
- Koorts
- afweerreactie
- Kans op infecties verkleinen
- hygiëne, handen wassen, vaccineren
- Kanker
- ziekte door ongecontroleerde celdeling
- Mutatie
- verandering in DNA
- Ongeremde celdeling
- cellen blijven delen
- Goedaardige tumor
- zaait niet uit
- Kwaadaardige tumor
- kan uitzaaien
- Uitzaaien
- kankercellen verspreiden
- Chirurgie
- operatie
- Bestraling
- doden van kankercellen
- Chemotherapie
- medicijnen tegen kanker
- Bloedprop
- verstopt bloedvat
- Aneurysma
- uitstulping in een bloedvat
- Hartinfarct
- afsluiting van een kransslagader
- Beroerte
- afsluiting of bloeding in de hersenen
- Opperhuid
- bovenste huidlaag
- Hoornlaag
- laag met dode huidcellen
- Kiemlaag
- maakt nieuwe huidcellen
- Lederhuid
- bevat zenuwen en bloedvaten
- Onderhuids bindweefsel
- vetlaag
- Talgklier
- maakt talg
- Zweetkliertje
- maakt zweet
- Haarzakje
- plek waar haar groeit
- Haarspiertje
- zet haar overeind
- Bloeding
- bloedverlies
- Druk houden
- bloeding stoppen
- Wond ontsmetten
- bacteriën doden
- Verband
- beschermen van de wond
- Brandwond
- beschadiging door hitte
- Koelen
- brandwond onder lauw stromend water
- 1e–2e–3e graad verbranding
- ernst van de brandwond
- Blaarvorming
- bij een 2e graads brandwond
- Verslaving
- niet kunnen stoppen met een middel of gedrag
- Afhankelijkheid
- lichaam en/
of geest heeft het nodig - Gewenning
- steeds meer nodig voor hetzelfde effect
- Nicotine
- verslavende stof
- Dopamine
- geluksstof in de hersenen
- Gevolgen verslaving
- slapeloosheid, concentratieproblemen, depressie, minder sociale contacten, gezondheidsproblemen