Woordenlijst Oorlog en vrede
Publiek
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- balance of terror
- De terreurbalans die door wederzijdse nucleaire bewapening in evenwicht wordt gehouden, waardoor wederzijdse afschrikking ontstaat en zo de vrede behouden blijft.
- containmentpolitiek
- De buitenlandse politiek van de Verenigde Staten om agressie van de Soviet-Unie tegen te houden en mogelijk in te perken.
- conventie van Genève
- Afspraken over gedrag in oorlogen, bijvoorbeeld over het werk van Het Rode Kruis en het verbod op het standrechtelijk doden.
- destalinisatie
- Verwerping door Chroesjtsjov van de terreurpolitiek van Stalin; aanpassing van de Sovjet-Unie aan de eisen van een moderne samenleving.
- détente
- Een politiek van ontspanning, waarbij de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie samen verantwoordelijk waren voor wereldvraagstukken.
- dienstplicht
- Verplichte militaire opleiding voor mannen (soms ook vrouwen) gedurende een bepaalde tijd. Tevens verplichting tot deelname aan het leger in oorlogstijd.
- dominotheorie
- Indien één staat communistisch wordt, volgen er meerdere.
- glasnost
- Politiek van openheid, kritiek geven.
- guerrillastrijders
- Gewapende burgers die niet tot het officiële leger behoren.
- IJzeren Gordijn
- Begrip dat voor het eerst in 1946 door Churchill werd gebruikt om de scheidslijn aan te duiden die de Sovjet-Unie dwars door Europa had getrokken om Oost-Europa onder communistische invloed te brengen.
- Koudeoorlogspsychose
- Angst voor een nucleaire Sovjetaanval op het Westen. In het Westen zag men daardoor overal vijanden en handlangers van het communisme.
- nationalisme
- Ideologie die de belangen van het volk (natie) voorop stelt. Gaat vaak gepaard met: het eigen volk beter achten dan andere volken.
- perestrojka
- Politiek om de economie van de Sovjet-Unie te hervormen, zodat er weer economische groei zou ontstaan.
- rechtvaardige oorlog
- Omstandigheden waaronder een oorlog gerechtvaardigd is, bijvoorbeeld je verdedigen tegen een aanval.
- satellietstaten
- Oostblokstaten die politiek en economisch volledig afhankelijk waren van de Sovjet-Unie.
- thuisfront
- Achterblijvers (vrouwen, kinderen) die niet meevochten in het leger en steun gaven aan de militairen.
- totale strategie
- Oorlogsdoel gericht op volledige vernietiging van de vijand.
- totalitaire staat
- Een staat (dictatuur) die het totale leven van zijn burgers onder de duim houdt. Democratie is afwezig en vrijheden worden onderdrukt.
- veiligheidscordon
- Een hele reeks pro-Russische bufferstaten aan de westgrens van de Sovjet-Unie om een herhaling van een aanval op de Sovjet-Unie te voorkomen.
- vreedzame co-existentie
- Buitenlandse politiek van Chroesjtsjov om vreedzaam samenleven van het Oost- en Westblok naast elkaar mogelijk te maken. Uitgangspunt: de grote onderlinge verschillen behoeven niet onvermijdelijk op oorlog uit te lopen.
- wapenstilstand
- Het neerleggen van de wapens, terwijl er nog geen vrede is gesloten.
- welfare state
- Westerse verzorgingsstaat die burgers vrijheid en welvaart belooft. Hoofdpunt van deze politiek van Roosevelt was: volledige werkgelegenheid.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–