Module 7: Economische groei - 4/5 HAVO - Hoofdstuk 5
Publiek
Woorden in deze lijst (19)
Origineel
- Belastbaar inkomen
- inkomen waarover inkomstenbelasting moet worden betaald
- Belastingaanslag
- te betalen belasting
- Belastingstelsel
- geheel van wetten en regels dat bepaalt wie welke belasting moet betalen
- Belastingvrije voet
- inkomen waarover geen belasting wordt geheven
- Bijstandsuitkering
- sociale uitkering bij verder ontbrekend inkomen
- Boxenstelsel
- belastingstelsel dat drie verschillende vormen van inkomen onderscheidt (boxen), die elk op een andere wijze worden belast
- Degressief belastingstelsel
- belastingstelsel met een variabel belastingtarief dat daalt naarmate het inkomen hoger is
- Denivellering (van inkomens)
- vergroting van de relatieve inkomensverschillen
- Gemiddeld belastingtarief
- percentage dat gemiddeld aan belasting betaald is
- Heffingskorting
- korting op het te betalen bedrag aan belasting
- Lorenzcurve
- grafiek die twee percentages tegen elkaar afzet
- Marginaal belastingtarief
- percentage dat over de laatstverdiende euro aan belasting betaald is
- Nivellering (van inkomens)
- verkleining van de relatieve inkomensverschillen
- Progressief belastingstelsel
- belastingstelsel met een variabel belastingtarief dat stijgt naarmate het inkomen hoger is
- Progressieve belasting
- variabel belastingtarief dat stijgt naarmate het inkomen hoger is
- Proportioneel tarief
- constant belastingtarief dat onafhankelijk is van de hoogte van het inkomen
- Secundair inkomen
- herverdeeld primair inkomen
- Toeslagen
- vergoedingen die bepaalde belastingplichtigen onder bepaalde voorwaarden kunnen krijgen
- Vlaktaks
- belasting van inkomen waarbij ieder inkomen met hetzelfde percentage wordt belast