Leerboek - 3 vmbo-kgt - De Koude Oorlog in Duitsland - C
Publiek
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- oorlog
- Gewapende strijd tussen landen.
- economie
- Alles wat te maken heeft met werk, handel, geld en dingen maken. Als het daarmee goed gaat, wordt gezegd dat het goed gaat met ‘de economie’.
- machine
- Apparaat dat dingen automatisch doet en het werk overneemt van mensen.
- fabriek
- Plaats waar producten worden gemaakt met behulp van machines.
- wederopbouw
- et herstel van een land nadat er veel schade is aangericht, bijvoorbeeld door een oorlog.
- communisme
- Politieke beweging van de volgelingen van Karl Marx. Communisten vinden gelijkheid belangrijk en willen die bereiken door veel dingen staatsbezit te maken. Ze zijn vóór de dictatuur van één partij, hun eigen partij.
- regering
- Groep bestuurders, meestal ministers, die plannen maakt voor nieuwe wetten en bestaande wetten uitvoert.
- arbeider
- Iemand die zijn brood verdient met eenvoudig werk, bijvoorbeeld in een fabriek.
- staken
- Ophouden met werken om zo druk uit te oefenen op je werkgever
- demonstratie
- Bijeenkomst of optocht die bedoeld is om te laten zien dat je ergens voor of tegen bent.
- verkiezingen
- Kiezen van vertegenwoordigers of bestuurders door het uitbrengen van stemmen.
- opstand
- Groot verzet tegen degenen die ergens de baas zijn.
- geweld
- Gebruik van sterke kracht die iemand anders kwaad doet of schade veroorzaakt.
- totalitair
- Als je de gedachten en het denken van alle mensen totaal wilt beheersen, tot in hun dagelijkse leven, noem je dat totalitair.
- dictatuur
- Regering waarin één dictator de macht heeft; een dictator is iemand die alle macht heeft in een land zonder koning te zijn.
- partij
- In de politiek: een groep mensen die ongeveer hetzelfde willen in het bestuur van het land en die probeert om dat ook te bereiken.
- macht
- Vermogen om anderen te laten doen wat jij wilt.
- jeugdbeweging
- Beweging die zich richt op het organiseren van de jongere generatie.
- republiek
- Staat zonder koning of andere vorst. Het woord republiek betekent in het Latijn (de taal van de Romeinen): ‘iets van iedereen’.
- systeem
- Manier om iets te doen volgens bepaalde regels.
- burger
- Iemand die volop meetelt als lid van een samenleving en gelijkwaardig is aan andere leden van die samenleving: burgers van een stad, burgers van een land.
- armoede
- Heel weinig hebben, bijna niets hebben om van te leven.
- ongelijkheid
- Tegenovergestelde van gelijkheid. Er is ongelijkheid als er verschillen zijn tussen mensen, bijvoorbeeld verschillen in rijkdom of verschillen in rechten.
- welvaart
- Rijk voorzien van alles wat je nodig hebt.
- geheime politie
- Politie die zich bezighoudt met de gedachten van mensen om erachter te komen of ze iets ‘verkeerds’ denken, of dat ze iets tegen de regering willen ondernemen.
- spion
- Iemand die in het geheim informatie verzamelt, bijvoorbeeld bij een vijand.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–